LEZEN: Ps. 42:1-12: Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen … Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen … wat buigt u zich neer … Hoop op God … al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan … waar is uw God? … ik zal Hem weer loven …
Deze Psalm slaat op de tijd dat David voor Absalom uit Jeruzalem vluchtte zonder toegang tot de Ark van het verbond (2 Sam. 15:25). De zonen van Korach waren in die tijd Levitische zangers en dichters.
In vers 2-6 klaagt de dichter over het feit dat hij niet voor Gods aangezicht kan verschijnen. Zijn sterke verlangen naar de aanwezigheid van de levende God maakt hem ziek van verdriet zoals een hert het uitschreeuwt van dorst.
Daar komt bij dat het nog zwaarder voor hem wordt als zijn vijanden hem sarren door te suggereren dat God hem nu toch wel heeft verlaten. Te denken is aan de tartende vloekwoorden van Simeï richting David, toen hij op de vlucht was voor Absalom (2 Sam. 16:7,8).
De dichter kent een mengeling van verdriet en blijdschap als hij in de huidige situatie terugdenkt aan de feestelijke optocht naar het huis van God toen de ark met muziek werd overgebracht (2 Sam. 6). In vers 6 laat de dichter in zijn nood zijn geloof spreken: Hoop toch op God!
Toch wordt hij nog heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. In vers 7 spreekt hij uit dat er bij hemzelf geen troost is. Die zoekt hij het liefst bij de HEERE, ook al is hij in het bergland ten oosten van de Jordaan, zo ver weg van de Ark. Hij ervaart in zijn isolement een zware beproeving van de kant van de HEERE. Dit wordt voorgesteld als kolkende stroom water die over hem heen slaat (vs.8).
Maar dan is er toch weer uitkomst van de kant van de HEERE, waar de dichter zich aan vastklampt (vs.9). In dit alles weet hij zich gedragen door de HEERE, waarbij het gebed een belangrijk middel is om zijn verlangen naar Hem uit te drukken.
Zo eindigt de Psalm opnieuw met de belijdenis van geloof in en hoop op de HEERE. Het is de HEERE die ook ons op ons gebed met Zijn beloften en bijstand steeds weer te hulp komt bij zwakheid of somberheid. Daarom past het ons Hem ook daarvoor steeds te loven en te prijzen (vs.12).
Welke soortgelijke omstandigheden zijn er nu?
Zingen: Ps. 42:1,5,7
