LEZEN: Ps. 45:1-18: … Een onderwijzing, een lied over de liefde … gezalfd, o God, met vreugde olie … verlangen naar uw schoonheid …
Net als het Hooglied bezingt deze Psalm als bruiloftslied de liefde van het huwelijk tussen de koning – waarschijnlijk Salomo – en zijn bruid. Maar daarbij is ook hier net als in het Hooglied de verwijzing naar Christus en Zijn gemeente.
Dit wordt pas goed duidelijk als we ook luisteren naar wat Paulus in Ef. 5:22-33 schrijft over het verband tussen het christelijke huwelijk met als voorbeeld de verhouding van Christus en Zijn gemeente.
De man is het hoofd van de vrouw zoals Christus het Hoofd en de Behouder is van de gemeente. Zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.
Mannen moeten hun vrouwen liefhebben zoals Christuis ook de gemeente liefgehad heeft en Zich voior haar heeft overgegeven … En die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot maar, zo zegt Paulus, ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.
Zo lezen we in deze messiaanse Psalm van de koning beschrijvingen die een aardse koning overstijgen. Dat geldt ook voor Ps. 2 en Ps. 110.
Ps. 45 betreft in zijn volle beteklenis de Christus van Wie een koning als Salomo een type, voorafschaduwing was. Over Salomo lezen we wat de koningin van Sheba uitroept: Geloofd zij de HEERE, Uw God, Die behagen in u heeft gehad, door u op de troon van Israël te zetten … om recht en gerechtigheid te doen.
Maar van Christus lezen we dat de stem van God de Vader uit de hemel zegt: “U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!” Christus staat boven alle mensen in heerlijkheid, genade, macht, waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid (vs3-6).
In vers 7 en 8 wordt Christus als God aangesproken. Hebr. 1:7 citeert: “tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van U koninkrijk is een scepter van het recht”.
Zijn kleding geurt (vs.9) en Hij verlangt naar de schoonheid van Zijn bruid (vs.12). De Psalm eindigt met de lof van alle volken aan de Koning.
Wat een voorrecht, gemeente, van deze Koning te mogen zijn!
Zie je de verhouding tot Christus ook als ware liefde?
Zingen: Ps. 45:2,5
