LEZEN: Ps. 50:1-33: … Rechter … offer dank … de rechte weg …
God, de Almachtige, aanbiddelijke, trouwe God van het verbond, verschijnt vanuit Zijn aardse woonplaats indrukwekkend in goddelijke heiligheid als een verterend vuur in een rechtszaak. Hij roept daarin als Rechter Zijn verbondsvolk ter verantwoording. Hemel en aarde zijn daarbij getuigen.
Terwijl Zijn volk in Zijn gunst staat en de priesters in Zijn dienst staan wat betreft het brengen van offers, geeft de HEERE Zijn oordeel over deze offers. Hij getuigt tegen hen als hun God.
Kennelijk heeft het volk dat onvoldoende voor ogen. Is nu de eerste aanklacht, dat ze geen offers brengen? Nee, dat doen ze wel. Maar ze doen het met de gedachte dat ze de HEERE door hun dierenoffers zelf wel tevreden kunnen stellen. Alsof Hij die offers echt nodig heeft en Hij van Zijn volk afhankelijk is. Nee, alles staat de HEERE ter beschikking, bovendien heeft Hij geen voedsel nodig.
De HEERE heeft als aanklacht dat hun dierenoffers niet gepaard gaan met een dankbaar hart dat naar Hem uitgaat. Het is een uiterlijk ritueel waarbij ware liefde en dankbaarheid ontbreken. Zij tonen in hun leven geen levend dankoffer (vgl. Rom. 12:2).
Twee dingen vraagt de HEERE: “Offer dank aan God en kom aan de Allerhoogste uw geloften na”.
Naast uitwendige plichtmatige godsdienst haat de HEERE nog meer een bedrieglijke schijnheilige godsdienst. Dan wordt er geofferd maar Gods geboden worden met voeten getreden.
De HEERE noemt deze leden van Zijn volk zelfs goddelozen (vs.16). Zij huichelen en houden geen rekening met Hem. Ze nemen Zijn verbond in de mond door de wet te lezen, maar werpen deze achteloos weg door er bewust tegen te zondigen.
De HEERE noemt als voorbeelden overtredingen als stelen, liegen en kwaadspreken zonder dat deze zonden beleden worden. Ze denken ermee weg te kunnen komen, maar de HEERE zal de daders straffen als zij zich niet bekeren. Dan zullen ze verloren gaan.
Ook de Heere Jezus wees erop: Matt. 7:21, 12:7; 23:16. Nogmaals wijst de HEERE erop dat Hij geëerd wil worden, dan zullen ze verlost worden.
Wat leer je van deze Psalm voor je geloofsleven?
Zingen: Ps. 50:7,10,11
