Katholiciteit versus pluriformiteit 3

by S. de Marie | 27 juni 2026 06:00

Belijdenis

Dat is al te lezen in de oudste belijdenisgeschriften die wij als kerken hebben: de apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis van Nicea. Er wordt daar gesproken van een heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. Het woord “algemeen” is hier hetzelfde als katholiek, dat is de gemeenschap der heiligen. Er staat een komma tussen de kerk en de gemeenschap, geen puntkomma. We geloven volgens Nicea één heilige, katholieke en apostolische kerk. Nicea spreekt ook nog over één Heere Jezus Christus.

Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus legt de woorden van de apostolische geloofsbelijdenis uit. Van de gemeenschap wordt gezegd dat ten eerste de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Heere Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven. Ten tweede is ieder verplicht zijn gaven tot nut en heil van de anderen gewillig, en met vreugde te gebruiken.

Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt nog veel uitgebreider over de katholieke kerk.
In art. 27-29 NGB lezen we steeds over deze katholieke kerk van Christus, die de waarheid van Gods Woord vasthoudt in leer, sacramenten en tucht, en alles verwerpt wat tegen Gods Woord ingaat. Dat zijn de kenmerken van de ware kerk (art. 29 NGB). Daar wordt nog samenvattend aan toegevoegd, dat de kerk zo Jezus Christus erkent als het enige Hoofd.

Dat heeft consequenties voor de eenheid van de ware kerk. Want het ene Hoofd heeft ook maar één kerk, en wil de eenheid in Zijn kerk; de eenheid die in Hem volmaakt is.

In art 27 NGB wordt die katholiciteit al direct toepast op de kerken in heel de wereld. We lezen dat met name aan het slot waar staat:
deze heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt
tot een bepaalde plaats, of geboden aan bepaalde personen,
maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld.
Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”

Gemeenschap der heiligen
Art. 27 gaat dus over de katholieke kerk die wel verbreid en verstrooid is over heel de wereld, maar met hart en wil verenigd is in éénzelfde Geest. Over diezelfde katholieke kerk gaat het in art. 28. Daarin wordt de eenheid in de waarheid van de ene katholieke kerk nader uitgewerkt. Met een zeer indringende oproep om je juist daarbij te voegen. Je heil hangt ermee samen en het is Gods bevel.

Ieder moet zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Waarom? Niet omdat dit voor jou het beste uitkomt.  Maar omdat daar het heil verkondigd wordt, omdat daar de eenheid bewaard wordt en omdat je dan onderwerpt aan haar onderwijzing en tucht. Doe je dat niet dan ga je in tegen het bevel van de HEERE, tot je eigen schade. Alleen door je te voegen bij de kerk die hoort bij de ene katholieke kerk ben je werkelijk gehoorzaam aan Christus.

Alleen zo volg je Hem onder Zijn juk. Dat juk is Zijn leiding, onderwijzing, vermaning, tuchtiging. Daar hoort het onderling dienstbetoon bij, maar ook de onderling opbouw, vermaning en terechtwijzing. Christus maakt daarbij gebruik van de gaven die God verleent aan allen, als leden van eenzelfde lichaam. Dat juk is bedoeld voor je verlossing, voor je heil.

Wat art. 29 NGB daar nog aan toevoegt is dat je bij eenheid in de waarheid ook scherp en zorgvuldig moet onderscheiden bij welke kerk je je dan te voegen hebt. Er zijn vele vergaderingen, die beweren dat ze kerk zijn, maar het toch niet zijn.

Het is duidelijk dat onze belijdenis overeenkomt met de woorden van onze Heiland als het enige hoofd van Zijn kerk. Laten we ze dan heel serieus nemen. Als je over de binding aan deze belijdenis bewust je jawoord hebt uitgesproken, blijft het nog steeds nodig om je eigen kerkgang Daar steeds aan te toetsen. Ben ik nog steeds lid van een ware kerk, voldoet ze aan de kenmerken?

Daar hoort bij de vraag: is dit ook nog steeds de katholieke kerk? Is er in deze kerk naast het najagen van de waarheid ook een oecumenisch willen om één te zijn met alle kerken die ware kerk zijn. Dat betekent één kerkverband willen worden in dezelfde regio, hetzelfde land. En ook, voor zover mogelijk zusterkerkrelaties aangaan met buitenlandse kerken.

Dynamiek
Het is een blijvende opdracht om hier actief mee bezig te zijn. Enerzijds gemeenschap beoefenen en gaan beoefenen met allen die wij erkennen als ware kerk van Christus; terwijl we onszelf en die andere kerken erop blijven toetsen of er sprake is van ware kerk en oecumenisch willen. Daar hoort bij blijven onderzoeken met wie wij als kerk een nieuwe band behoren aan te gaan.

Het werk van Christus is dynamisch: Hij werkt reformatie in kerkgenootschappen die voorheen ontrouw waren aan Gods Woord of zich tot dan toe afzijdig hielden.
Tegelijk kan het zijn dat ware kerken zo deformeren of verkeerde banden aanknopen dat ze niet langer ware katholieke kerk  van Christus genoemd kunnen worden. Daarvan hebben we ons vrij te maken als er geen bekering plaats vindt.

Tot zover is dat de weg die Christus aanwijst in Zijn Woord voor individuele gelovigen en voor plaatselijke kerken verenigd in een landelijk kerkverband. Het is dus niet een zaak die de opstellers van de belijdenisgeschriften hebben bedacht als het beste voor hun tijd.

Het is in feite gelovig Christus volgen in alle tijden, waar Hij ook gaat. In onderwerping aan Hem als het  ene Hoofd van de kerk en ter verheerlijking van Hem als God de Zoon en in Hem ook van God de Vader. Juist zoals Jezus dat in Zijn hogepriesterlijk gebed heeft aangewezen.

Dit alles brengt de katholiciteit van de kerk met zich mee.

                                                                                                                                                                                                   (wordt vervolgd)

Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/06/27/katholiciteit-versus-pluriformiteit-3/