LEZEN: Kol. 2:8-10: … Pas op dat niemand u als buit meesleept … In Hem woont heel de volheid van God lichamelijk … volmaakt ….
Paulus spreekt door op wat hij in de vorige verzen schreef. Hij waarschuwt extra om het geloof in de zaligmaker niet te verliezen. Was zijn boodschap: wandel in Christus, in hechte gemeenschap met Hem met veel kennis over Hem en in grote dankbaarheid, nu laat hij blijken dat er een groot gevaar bestaat dat de gelovigen de gemeenschap met Christus zouden verliezen.
Dat heeft te maken met de dwaalleer die de positie van Christus aantast en het vertrouwen in Hem bij de gelovigen ondermijnt. Ze raakt heel het evangelie en zet de heerlijke toekomst voor de gelovigen op het spel.
Paulus omschrijft die antichristelijke leer als filosofie, inhoudsloze verleiding, menselijke overlevering met wereldse uitgangspunten. Zoals de evolutieleer een filosofie is waarin Gods handelen wordt afgeschreven en God als Schepper wordt onteerd door een menselijke theorie die geen rekening houdt met de Heilige Schrift.
Paulus laat het niet bij zijn beschrijving van de dwaalleer in Kolosse. Hij waarschuwt de gelovigen indringend tegen het grote gevaar om misleid te worden en losgerukt te worden van Christus. Laten ze beseffen dat dit de intentie is van de dwaalleer zodat ze tot buit van de tegenstander worden. Ze waren overgezet uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van Christus (1:13), nu moeten ze oppassen niet weer teruggesleept worden tot de macht van de duisternis.
De dwaalleer betrof het opleggen van aardse zaken als het omgaan met besnijdenis, onderhouden van feesten, het zich onthouden van voedsel en drinken, kwelling van het lichaam en het vereren van engelen; dit alles met het idee om daarmee tot zaligheid te komen (zie 2:20v).
Maar Paulus zegt: Dit is niet volgens Christus. In feite is het dan afgodendienst, ook al gebruiken ze geen beelden (zondag 34 HC, V&A95). Je moet niets buiten Christus zoeken, want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk (vs.9): Christus en de Vader zijn één, en Christus regeert nu alles aan Gods rechterhand.
Welke gevaren zie je op je afkomen m.b.t. je geloof?
Zingen: Ps. 111:6
