LEZEN: Kol. 4:7-18: … groet … Denk aan mijn gevangenschap …
De laatste verzen van de brief wijdt Paulus aan de afsluiting ervan. Hij noemt allereerste twee trouwe broeders die de brief komen afgeven: Tychicus en Onesimus. De laatste is lid van de gemeente te Kolosse. Ze zullen dan het een en ander gedetailleerder toelichten over de situatie waarin Paulus zich bevindt en daarnaast de gemeente in haar situatie bemoedigen. Dat mondelinge gesprek zal zeker vruchten van de gemeenschap der heiligen mogen afwerpen.
Zoals ook in andere brieven wordt de groet van Paulus begeleid met groeten van vele anderen die hem bijstaan in de gevangenis. Zo wordt de onderlinge band verstevigd. Aristarchus die ook gevangen zit; Markus, die al op de eerste zendingsreis van Paulus was meegereisd; en een zekere Jezus, die ook wel Justus wordt genoemd. Alle drie zijn ze voor Paulus tot bemoediging geweest.
Behalve van deze Joodse christenen komen er ook groeten van christenen uit de heidenen, die helpers van Paulus zijn. De eerstgenoemde is Epafras die uit Kolosse afkomstig is. Hij is zeer gewaardeerd vanwege zijn grote ijver, ook in zijn vurige gebeden voor Kolosse. Lukas, de arts, schrijver van het Evangelie en het boek Handelingen, wordt genoemd en ook Demas.
In 2 Tim. 4:10 schrijft Paulus over Demas dat hij hem in de steek heeft gelaten omdat hij “deze tegenwoordige wereld heeft liefgekregen” en naar Thessalonica is vertrokken.
De gemeente te Laodiocea en een andere huisgemeente moeten namens Paulus ook gegroet worden. Ook moet Kolosse hen de brief doorsturen nadat ze deze eerst zelf hebben gelezen.
Over Kolosse lezen we verder niets meer in de Bijbel; wel over Laodicea in Openb. 3: 14-22. Johannes schrijft daar namens Christus deze gemeente aan als een van de zeven kandelaren. Christus bestraft hen omdat ze in hun geloofsleven lauw zijn, niet koud en ook niet heet.
De brief aan Kolosse wordt afgerond met een eigenhandige groet van Paulus, een laatste oproep om hem te gedenken in de gevangenis, waarna de zegengroet volgt: “De genade zij met u. Amen”.
Begrijp je de stap die Demas heeft gemaakt?
Zingen: Ps. 62:4,6
