Is de taak van de vrouw aan verandering toe? 6 (slot)

by S. de Marie | 15 augustus 2026 06:00

Vrouwenstemrecht*
Voordat ik tot een afronding kom wil ik nog aandacht geven aan het vrouwenstemrecht. Is het een goede zaak, die door beter inzicht in de Schrift wel tot verandering moet leiden? Al vanaf de tijd van de eerste christelijke kerk is – voor zover na te gaan – het stemrecht bij de verkiezing van ambtsdragers voorbehouden aan de broeders, totdat de GKv in haar Generale Synode Ommen 1993 besloot om het vrouwenstemrecht in te voeren. GS Mariënberg 2005 (DGK) heeft dit besluit vervolgens afgewezen. In GKN gemeenten is vanaf 2009 altijd getolereerd dat een deel van de gemeenten het vrouwenstemrecht hanteert en een deel niet. Het werd gezien als een niet “kerkscheidende zaak”. Inhoudelijk werd dit niet onderbouwd.

Na de vereniging van DGK en GKN is op GS Zwolle 2026 opnieuw besloten dat het geen “kerkscheidende zaak” is en dat elke gemeente daarover zelf mag beslissen. Ook nu ontbreekt er een inhoudelijke fundering. Er is zelfs geen deputaatschap benoemd om deze zaak nader te bestuderen ter wille van de getrouwheid aan de Schrift en ter wille van de eenheid en vrede in het kerkverband. Dat betekent overigens ook dat het besluit van GS Mariënberg 2006 niet weersproken is. Het lijkt me een goede zaak om de Schriftuurlijke argumenten die GS Mariënberg 2005 heeft gebruikt voor haar besluit nog eens door te nemen. Ik volg daarvoor zoveel mogelijk de letterlijke tekst uit de Acta van GS Mariënberg, art. 25A (pag. 23-29, met name pag. 28,29), https://www.geref-kerken.nl/wp-content/uploads/2025/04/Acta_generale_synode_marienberg_2005.pdf[1].

GS Mariënberg 2005 tegenover GS Ommen 1993
Gods Woord leert dat in de gemeente de vrouw geen overwicht mag hebben, niet mag beslissen over een man (1 Tim. 2:12). Zij moet in de gemeente onderdanig, “ondergeschikt” blijven, dat is: zich schikken onder de door de Here ingestelde orde (1 Kor. 14:34-36,40; 1 Tim. 2:11-15). Het geven van een (mee-beslissende) voorkeurstem bij de verkiezing van ambtsdragers is niet in overeenstemming met de plaats en taak, die de Here aan de zusters in de gemeente heeft verleend. De zusters zullen zich bij voorbaat gewillig conformeren aan de meerderheidskeuze van de broeders bij de stemming voor ambtsdragers.

De stemming in het geheel van de verkiezing draagt een beslissend karakter. Dat geldt niet voor het vestigen van de aandacht van de kerkenraad op geschikte broeders, en evenmin voor de approbatie (stilzwijgende goedkeuring), dan wel bij het inbrengen van bezwaren tegen een verkozen broeder; in deze gevallen is het de kerkenraad die zijn beslissend oordeel geeft over de aanwijzing of het bezwaar. Echter bij de stemming is de kerkeraad gebonden aan de inbreng van de gemeente. Hij dient zich te houden aan wie de meerderheid van de gemeente heeft gekozen (art. 20 KO). GS Groningen-Zuid 1978 heeft het stemmen terecht beschouwd als een vorm van regeren; deze GS verbond slechts conclusies aan de Schriftgegevens over de onderdanigheid van de vrouw (1 Kor. 11:3; 1 Kor. 14:34; 1 Tim. 2:11,12,14,15; 1 Petr. 3:5).

GS Ommen 1993 doet de Schriftgegevens over de gelijkwaardigheid van de vrouw aan de man ten koste gaan van de Schriftgegevens over de onderdanigheid van de vrouw. De scheppingsorde, waarbij de man tot hoofd van de vrouw is bestemd, wordt genegeerd. De door de GS aangedragen teksten bewijzen hier niets, omdat ze alleen gaan over het feit dat man en vrouw op gelijke wijze delen in het heil van Christus. Ef. 5:21 leert geen onderdanigheid van man en vrouw aan elkaar, maar is een algemene bepaling die in het vervolg geconcretiseerd wordt (vrouw tegenover man, kinderen tegenover ouders, slaven tegenover heren). In dat vervolg wordt de vrouw opgeroepen onderdanig te zijn aan haar man, niet andersom.

Het spreken van de vrouw in de door GS Ommen 1993 aangevoerde teksten (Hand. 2:17,18 etc.) is  iets anders dan het mee-beslissende ‘spreken’ in de verkiezing van ambtsdragers. De stem van de gemeente is de optelsom van de individuele stemmen, zodat – bij het invoeren van het stemrecht voor vrouwen – de stem van de individuele zuster deel uitmaakt van de beslissende stem van de gemeente over de broeders die op tal staan.

Niet alles wat de bevoegdheid en de taak van de gemeente is, is ook de bevoegdheid en de taak van elk individueel gemeentelid (de GS Ommen wil toch ook niet alle doopleden mee laten stemmen?). Teksten die spreken over het wonen van de Geest in de gemeente, verbinden daaraan niet het verkiezingsrecht van de zusters. In Handelingen 1:23,24 en 6:2,3 worden juist de broeders in de gemeente aangesproken.

Het besluit van GS Ommen 1993 is onvoldoend afgeschermd tegen de invloed van een tijdgeest die zich kenmerkt door een sterke hang naar individualisme en een onbijbels emancipatiedenken. De drempel naar de vrouw in het ambt kan lager worden door deze besluiten. Schriftgegevens die nu gehanteerd worden voor het vrouwenstemrecht zijn elders ook gebruikt om de vrouw in het ambt te verdedigen.

Het besluit doet ook afbreuk aan de eenheid tussen man en vrouw in het huwelijk. GS Ommen heeft onvoldoende stilgestaan bij de wijze waarop de huwelijksrelatie naar de Schrift dient te functioneren in de gemeente van Christus. Het naast elkaar staan van twee stemmen werkt eerder verstrooiend dan samenbindend.

Conclusie: is verandering nodig?
In wil deze reeks artikelen afsluiten met een antwoord op de vraag: Is de taak van de vrouw toe aan verandering? Mijn antwoord daarop is: Als we willen buigen voor Gods Woord zien we dat de scheppingsorde van man en vrouw nog steeds geldt, zolang de Heere tot Zijn eer deze schepping in stand houdt. We mogen Gods orde als een heerlijke roeping zien om als man en vrouw niet alleen apart maar vooral samen beeld van God te zijn, in een harmonie die door God is gewild. Dat zal bij ons in het bijzonder mogen uitkomen in een huwelijk in de Heere en in onze gezinnen. Maar het zal ook zijn vruchten laten zien in het bewaren van de vrede binnen de gemeente en de opbouw ervan. 

De huidige verandering in de rol van de vrouw in onze westerse wereld is onderdeel van de opstand tegen God. We zien daarin de mens van de wetteloosheid tot ontwikkeling komen. De stuwende invloed van de wereld en de dwang om je aan te passen zal alleen maar toenemen. Laten we ons zelf maar beproeven of we al het een en ander hebben aangepast aan de wereldse orde van gelijkheid. En ons daarvan bekeren.

Voor onze trouw aan Gods Woord m.b.t. de positie van de vrouw is meer nodig dan afwijzen van onschriftuurlijke besluiten en handelwijze in andere kerkgenootschappen zoals in PKN, NGK en een groot deel van de CGK kerken. We zullen er met Gods Woord positief aan moeten blijven werken in huwelijk, gezin en kerk. Juist ook op dit punt is doorgaande reformatie vereist. Wat is het daarbij nodig dat we onze kinderen in deze zo belangrijke zaken goed voorgaan en hen tijdig goede voorlichting geven over Gods scheppingsorde. Tot opbouw van Christus’ kerk en tot eer van God.

Ter afsluiting is het goed te luisteren naar wat Paulus aan zijn leerling Timotheus schrijft in 2 Tim. 1: 13 en 14: “Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand dat u is toevertrouwd.”

(einde)

 

Endnotes:
  1. https://www.geref-kerken.nl/wp-content/uploads/2025/04/Acta_generale_synode_marienberg_2005.pdf: https://www.geref-kerken.nl/wp-content/uploads/2025/04/Acta_generale_synode_marienberg_2005.pdf

Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/08/15/is-de-taak-van-de-vrouw-aan-verandering-toe-6-slot/