LEZEN: Matt. 12:38-42: … zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn … de mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel …teken … meer dan Jona is hier …
Wij mogen in Christus nog beter het téken van Jona kennen, dan de Joden werd voorgehouden (Matt. 12:39; 16:4). Want dat teken is door Hem die meer dan Jona was, inmiddels bevestigd en vervuld. In de kruisdood van onze Heiland toonde God niet alleen Zijn goddelijke rechtvaardigheid over onze zondeschuld waarvoor Hij ook begraven werd, drie dagen en drie nachten.
Maar God toonde daarbij tegelijk ook Zijn almacht en ongekende barmhartigheid door Christus op te wekken uit het graf om ons het eeuwige leven te geven. Dat is het heerlijke feit van Pasen, waarmee het teken van Jona tot vervulling kwam. Gods ongedachte genade en Zijn almachtige uitredding van Jona en Ninevé was een voorafschaduwing van de heerlijke redding uit de eeuwige dood tot het eeuwige leven van allen aan wie God Zijn soevereine genade bewijst in Zijn Zoon.
Daarbij komt dat het Woord een kracht van God is tot behoud. Daar mogen we ons nooit op verkijken. Via dat Woord werkt God net als bij Jona Zijn genade en Zijn oordeel uit bij wie Hij wil.
Dat is van groot belang voor ons getuigenis naar buiten door ongelovigen te laten inzien waarvan ze verlost mogen worden, en door Wie. We zullen daarom de gekruisigde en opgestane Christus moeten verkondigen als de Zoon des Mensen, die Redder èn Rechter van deze wereld is.
De Heere Jezus heeft deze wonderbaarlijke bekering gebruikt in zijn spreken tot Zijn eigen volk! Hij heeft de zich verhardende Joden geconfronteerd met de verootmoediging en het berouw zoals Ninevé had getoond, Luk. 11:29-32.
De Joden vroegen Jezus om een teken en kregen toen van Hem het teken van Jona. Dit zou genoeg moeten zijn om zich te bekeren, zoals de Ninevieten dat hadden gedaan. Zij hadden destijds daarin Gods recht, genade en macht erkend en zich daaraan willen onderwerpen, en zijn daarin anderen ten voorbeeld.
Zien wij onze eigen onwaardigheid bij onze redding?
Zingen: Ps. 111:2
