LEZEN: Zef. 2:4-15: … Filistijnen … Ik zal u verdelgen … Moab .. Ammonieten … als Sodom … als Gomorra .. vanwege hun trots … Cusjieten .. Assyrië … Ninevé …tot een woestenij …
De dag van Gods brandende toorn kan op korte termijn werkelijkheid zijn. Er is nu nog een heden van genade, een mogelijkheid van bekering en verootmoediging. Maar deze goddelijke toorn betreft naast Israël ook vele andere volken die rond Israël liggen.
De opsomming begint met de Filistijnen in het Westen (vs.4-7), die oorspronkelijk uit Kreta komen (vgl. vs.5). Ze zullen worden verdelgd en hun land komt na de ballingschap toe aan Juda. Ook andere profeten als Jesaja, Jeremia en Amos profeteren over het oordeel van de HEERE over deze aartsvijanden van Zijn volk.
Zo komt Gods oordeel ook over Moabieten en Ammonieten, oostelijk van Israël, ook aartsvijanden van Gods volk die hen en God hebben gesmaad (vs.10). Hun zonden zijn zo ernstig dat ze het lot van Sodom en Gomorra zullen ondergaan (vs.9). Ze zullen ondersteboven worden gekeerd en een woestenij worden.
Ook hun land komt aan de rest van Gods volk dat terugkeert uit de ballingschap (vs.9). Dit oordeel moet ook leiden tot aanbidding van de HEERE door inwoners van alle landen (vs.11). Dat wijst al naar de dag van het laatste gericht (Mal. 1:11; art. 37 NGB).
Vervolgens richt de profetie zich tegen een volk uit het Zuiden: Kush of Ethiopië. Ook zij krijgen een verwoestend oordeel namelijk het zwaard van God. Dan wordt tenslotte nog Assyrië met Ninevé in het Noorden genoemd. God, Die eerder vanwege de bekering op de prediking van Jona Ninevé nog heeft gespaard, zal deze stad alsnog tot een complete woestenij maken (vgl. Nahum).
Assyrië was in die tijd het machtigste volk en Ninevé de grootste stad van de wereld. Maar niemand zal er meer leven. Positieve bewondering slaat om in uitingen van ontzetting. Zo zal het bij het laatste oordeel zijn voor de wereld die God heeft gehaat, maar komt het tegelijk tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor allen die God hebben liefgehad.
Zie je uit naar die dag?
Zingen: Ps. 7:3
