Leer
Maar nu, na dit historische uitstapje, de vraag: wat zijn nu kenmerken van de leer van de wederdopers, mennonieten, doopsgezinden?
Volwassendoop
Het belangrijkste kenmerk is de volwassendoop. De geloofsdoop.
Dopersen zijn tegen de kinderdoop. Ze geloven dat een mens eerst wedergeboren moet worden. Daarna pas kan iemand gedoopt worden. Niet als teken van Gods verbond en beloften maar als teken van eenmalige definitieve wedergeboorte en geloof.
Leven zonder zonde mogelijk
Daarmee samen hangt de doperse gedachte dat de doop op grond van de wedergeboorte ook betekent dat werkelijk alle zonde nu al, in dit aardse leven, weg is. De wedergeboren mens is nu al in staat om zondeloos te leven. Heilig en toegewijd. Als ‘goede’ mensen. Zulk leven is dan eigenlijk ook de weg naar de zaligheid. In feite een vorm van perfectionisme, de drang om op eigen kracht een volmaakte gemeente te zijn.
Bijbel niet Gods Woord
Er zijn onder dopersen veel verschillen maar voor de meeste doperse gemeenschappen is de Bijbel niet het volkomen en onfeilbare Woord van God, zoals wij dat belijden, o.a. in art. 7 van de NGB. De Bijbel is voor hen een waardevol boek, met veel om je leven naar te richten. Maar dat is het dan ook.
Inwendig licht, Bijbel alleen niet genoeg
Heel veel dopersen menen ook dat de Bijbel alleen niet voldoende is. Naast de lessen en voorbeelden uit de Bijbel is allereerst nodig het inwendig licht. De verlichting en openbaring door de Geest. Heel vaak gaat dit boven de Bijbel.
Christus is voorbeeld
Heel vaak wordt Christus ook niet gezien als God èn mens. Dopersen hebben vaak moeite met de twee naturen van Christus. Hij zou van God mens zijn geworden. Ook wordt Christus vaak niet gezien als onze Zaligmaker, ons enige behoud. Maar als een voorbeeld Die navolging verdient. Om daardoor goed, heilig en zuiver te kunnen leven. Dat is wedergeboren zijn in de praktijk.
Volmaakte, zuivere kerk
Vanouds streven dopersen dan ook naar een volmaakte, zuivere kerk. Ze menen dat dit mogelijk is. Een gemeente waarin allen zich strikt houden aan de regels voor een wedergeboren leven. De regels die in de gemeente juist worden bevonden en vastgesteld zijn of tot de traditie behoren. Let wel: we moeten hier goed onderscheiden: het gaat niet allereerst om een leven uit dankbaarheid, naar de geboden van de HEERE, zoals wij dat belijden, maar om de uitleg en toepassing van traditionele leefregels in de betreffende doperse gemeente. In feite menselijke regels. Veel dopersen gaan zeer zachtmoedig en verdraagzaam met elkaar om. Maar er zijn ook nog zeer behoudende groepen waar een strenge tucht wordt geoefend. Wie zich niet aan de regels van de gemeenschap houdt kan worden uitgestoten, voor hem of haar is geen plaats.
In het verband met ons onderwerp is dit belangrijk.
Geen dogma’s
In doperse kringen heerst ook een afkeer van zogenaamde dogma’s. Een dogma is een leerstelling. Een vaste fundamentele waarheid. Onaantastbaar. Een voorbeeld? We geloven de menswording van Christus. Dat is fundamenteel voor ons geloof. Een dogma. Zo heeft de kerk vanuit Gods Woord vele dogma’s geformuleerd. Onze theologische studenten krijgen het vak ‘dogmatiek’. Dat beschrijft de leer van de kerk en de afwijkingen daarvan.
Dopersen moeten van zulke dogma’s niets hebben. En dat leidt tot vergaande vrijzinnigheid. O.a. te vinden bij de Nederlandse doopsgezinden.
Doperse “mijding”, afkeer van de “wereld”
Typisch dopers is ook een zekere wereldmijding. Een niet meedoen met allerlei moderne geestelijke en technische ontwikkelingen. Men wil een stil en rustig leven lijden en door de ‘wereld’ met rust gelaten worden.
Niet gebruiken van eed, Tegen geweld, leger, politie – ‘pacifisme’
In doopsgezinde kringen leeft ook vaak bezwaar tegen zaken als het afleggen van de eed, militaire dienst, werken voor de politie e.d. Dat heeft oude wortels. In de zestiende eeuw erkende men de wereldlijke overheid niet. Men vond dat men alleen gehoorzaamheid verschuldigd was aan de instellingen van het koninkrijk van God. Dat is nu niet meer zo strict maar er is nog wel veel principieel bezwaar tegen sommige overheidsinstellingen.
Geen kerkverband
In doperse gemeenschappen zijn alle gemeenten zelfstandig. Sterker: ze kennen geen kerkverband. Ze onderhouden wel in Nederland en wereldwijd contacten. Maar ze nemen geen gezamenlijke besluiten. Ze geloven niet dat ze op Bijbelse gronden geroepen zijn tot saamhorigheid. Daardoor kunnen er grote plaatselijke verschillen zijn.
Overigens is in Nederland een goede verstandhouding en samenwerking met andere kerkgenootschappen wel mogelijk. Men belijdt niet de ene, ware plaatselijke kerk van Christus, geroepen tot eenheid en heeft oog voor de hedendaagse oecumene.
Geen ambt
Doperse gemeenten kennen niet het ambt zoals gereformeerde kerken dat kennen. Ze hebben wel voorgangers en een kerkbestuur. Maar een voorganger hoeft niet persé een afgestudeerd predikant te zijn. In principe kan ieder gemeentelid als voorganger en als bestuurder, als oudste optreden. Er is in sommige gemeenschappen, o.a. bij de doopsgezinden in Nederland in dat verband ook geen enkel verschil tussen man en vrouw.
Duizendjarig Rijk
Tenslotte kennen de dopersen ook een andere, niet-bijbelse toekomstverwachting. Waarbij ze sterk geloven in de komst van het zogenaamde ‘duizendjarig rijk’.
Visie op kerkelijk leven
Uit bovenstaande wordt o.a. wel duidelijk hoe dopersen de kerk zien. Een geheel van zelfstandige gemeenten, zonder gezamenlijke besluiten. Maar wel met een open oog voor de onschriftuurlijke oecumene. Gemeenten die er vanouds naar streven op een perfectionistische manier heilig en zuiver te zijn. Met een geheel aan eigen leefregels die door allen moeten worden nageleefd. Niet strikt gebonden aan Gods Woord.
In een derde artikel hopen we uit te leggen hoe dat begrip ‘dopers’ in onze tijd en in onze kerkelijke situatie werd en wordt gebruikt. En hoe dopers en gereformeerd zich in dat verband verhouden.
(wordt vervolgd)
