LEZEN: Ps. 67:1-8: … Dan zal men op aarde Uw weg kennen …
Psalm 67 begint met een aangepaste Aäronitische zegen die ook in de kerkdienst wordt uitgesproken (Num. 6:25). Het lichtende aangezicht van de HEERE richting Zijn verbondsvolk betekent Zijn liefdevolle genade en goedgunstigheid voor hen. Het staat tegenover een toornig afgewend aangezicht richting Zijn tegenstanders of degenen die Zijn verbond hebben verbroken.
Gods zegen houdt in dat Hij Zich als een Vader over de Zijnen ontfermt, hen leidt, ondersteunt, helpt, verzorgt en beschermt. Het gaat hier niet zozeer om aardse welvaart, ook niet om een moeiteloos, zorgeloos leven. Maar om Gods nabijheid, liefde en bescherming.
De uitwerking van deze zegen moet zijn dat ook anderen, de heidenvolken met het evangelie (‘Uw weg’) in aanraking komen (vs.3). Met als gevolg dat ook zij de HEERE God zullen dienen, loven en prijzen. Niet maar enkele volken, maar alle volken van de aarde (vs.4).
Kennis van God en Zijn werk en weg, moet altijd leiden tot Zijn verheerlijking vanwege Zijn genade en verlossing. Dat geldt voor de wereldwijde kerk.
Zo ziet deze Psalm al uit naar de tijd vanaf Pinksteren: de grote werken van de Heere worden verkondigd door hen die onder Gods zegen tot Zijn verbond zijn geroepen, wereldwijd (Hand. 2:11, 39,47;15:14;28:28; Rom. 9:24;10:12).
Er ligt ook een grote opdracht in voor de kerk: zij moet laten zien hoe God in Christus in haar werkt, door vruchten van geloof te tonen. Elk lid moet een leesbare brief zijn van de werking van Gods genade door Zijn Zoon en Geest (2 Kor. 2:2,3).
Daarnaast zullen ze ook hebben te spreken over hun Heiland en Zijn werk (zie Matt. 28:19) als ‘een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte, opdat u de deugden zou verkondigen van Hem, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent, u die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent’ (1 Petr. 2:9,10).
Naast geestelijke zegen geeft de Heere de nodige aardse zegeningen: de opbrengst van de aarde, zodat Hij ook daarvoor wordt geprezen.
Welke plaats heeft de verheerlijking van God?
Zingen: Ps. 67:1,3
