De Gereformeerde Kerken
We hoorden die aanduiding ‘dopers’ opnieuw in de jaren na 2003 toen De Gereformeerde Kerken (DGK) en de kerken die later de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) vormden, naast elkaar leefden. Het werd gebruikt in de beoordeling van DGK. DGK zouden te streng zijn. Hard. Een tijdlang ging het gerucht dat je een soort examen moest afleggen als je lid van DGK wilde worden! DGK zouden ‘regeltjeskerken’ zijn. En daardoor was er alleen maar ruzie. En geen enkele ruimte. Niet heel aantrekkelijk.
En nu horen we het weer af en toe. Of misschien nog steeds. Het wordt na de vereniging van DGK en GKN gebruikt voor de leden die moeite hebben met allerlei besluiten van onze generale synodes van de laatste jaren en andere kerkelijke vergaderingen. Er wordt een hoofdstroom zichtbaar in de besluitvorming van de Gereformeerde Kerken die bij hen veel zorgen, moeite en verdriet oproept. Weerstand ook.
In die hoofdstroom worden verschillende lijnen ervaren. Minder gebonden zijn. Meer ruimte nemen. Independentistisch denken lijkt toe te nemen. Pluriformiteit en denominationalisme worden zichtbaar. En daardoor toenemende interkerkelijkheid. Zowel landelijk als internationaal. Het afscheid nemen van de eigen predikantenopleiding. Het verbreken van de band met onze zusterkerk te Abbotsford ter wille van andere contacten. Op weg zijn naar een vrijere vorm van samenleven in het kerkverband waarbij plaatselijke kerken op belangrijke, gemeenschappelijke zaken, zelf mogen beslissen.
Etiket
Op die hiervoor beschreven bezwaren en moeiten wordt nu weer hier en daar het etiket ‘dopers’ geplakt. Kerkleden die moeite hebben om die hoofdstroom te volgen hebben blijkbaar volgens sommigen een doperse visie op het leven als gereformeerde kerken. Zoals dat er was, met alle zonden en gebreken, in DGK voor de vereniging van DGK en GKN.
Weet u wat het vervelende, ja, het verkeerde is bij het plakken van etiketten in de kerk?
Dat daarmee het gesprek ontweken wordt. Een etiket is een oordeel. En als het oordeel ‘dopers’ aan moeiten en bezwaren gegeven wordt, dan staat dat vast. Vergelijk het maar met een etiket op een blik voedsel in de supermarkt. Als op het etiket staat dat er in het blik verse sperziebonen zitten, dan ís dat zo. Dan hoef je niet aan een medewerker te vragen of dat er wel echt in zit. Dan hoef je daar niet over te discussiëren. Wat het etiket zegt is waar.
Zo werken etiketten ook in het kerkelijk leven. ‘Dopers’ is fout. En waar dat etiket opgeplakt wordt is dus fout. Dat hoef je niet meer na te gaan. Daar hoef je niet meer met elkaar over te spreken. Argumenten van bezorgde kerkleden hoef je niet meer na te gaan aan de hand van Bijbel, belijdenis en kerkorde. Van tevoren staat al vast dat ze geen gelijk hebben. Afwijken van de hoofdstroom? Dat is op zich al verkeerd, daar gaan we het niet meer over hebben.
We menen dat dit een heel schadelijke en zorgelijke ontwikkeling is. En dan mag je het etiket ‘dopers’ ook wel een ander opschrift geven. ‘Typisch DGK’. ‘Oude visies uit 2003’. We leven nu in een andere tijd’. Het is in feite het zelfde opschrift. Wat onder dit etiket zit moet je niet serieus nemen. Negeren. Overrulen.
De kerkgeschiedenis leert dat dit etiketten plakken en het niet echt samen zoeken naar de waarheid tot grote schade leidt in de kerk.
Dopers of gereformeerd?
Hoe zit het nu? Hoe verhouden “dopers” en “gereformeerd” zich in onze tijd en in onze situatie? Wat zijn, in dit verband, de verschillen? We doen een poging. Daarbij maken we geen aanspraak op volledigheid.
Dopers: eigen ‘leerstellingen’ en traditie zijn leidend voor het kerkelijk leven, de Bijbel is niet Gods volkomen Woord.
Gereformeerd: Gods Woord en de Gods Woord nasprekende belijdenis zijn volstrekt gezaghebbend.
Dopers: streven naar een gemeente van vrijwillige leden, gelijkgezinden, de eenheid ligt in het samen eens zijn.
Gereformeerd: Christus roept de zijnen naar de kerk, ongeacht onderlinge verschillen, de eenheid ligt in Hem en Zijn Woord; ‘Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus’ en zo aanvaarden we elkaar.
Dopers: de traditie en de afspraken geven de doorslag.
Gereformeerd: sámen zoeken naar de Bijbelse consensus (overeenstemming).
Dopers: tucht over of uitsluiting van hen die anders denken.
Gereformeerd: tucht over hen die volhardend in zonde leven en Gods Woord verwerpen.
Dopers: leven naar eigen, menselijk, gemeenschappelijk inzicht, er is geen sprake van verbondsdenken maar van navolging van wat mensen zien als het goede voorbeeld van Christus.
Gereformeerd: leven in het door de HEERE geschonken verbond, met belofte én eis, uit dankbaarheid en liefde gehoorzaam aan Gods wet.
Terecht?
De vraag is: wordt de aanduiding ‘dopers’ terecht gebruikt in de kerken?
En hoe ernstig is dat? Is het zomaar een woordje? Onschuldig?
Het etiket is duidelijk en naar onze mening zeer verstrekkend.
Het zou terecht gebruikt kunnen worden als aangetoond wordt dat in de kerk door sommigen eigen inzicht en mening boven Gods Woord wordt gesteld. Als aangetoond wordt dat kerkleden op perfectionistische wijze een zuivere gemeente nastreven. Als aangetoond wordt dat sommige kerkleden ieder zouden willen weren uit de gemeente die iets anders denkt dan zij. (Hoewel: ook dan zou er gesproken moeten worden en niet alleen maar ‘geplakt’)
Want dat is de beschuldiging en het oordeel dat in het gebruik van dat woord meekomt.
Een oordeel moet altijd gegrond zijn. Het moet bewezen worden. In de kerk bewezen aan de hand van Schrift en belijdenis. Zonder dat bewijs is het onrecht. Framing. Zonder eerlijk en open christelijk gesprek is het een lege aanduiding.
We gaan nu niet allerlei concrete zaken uitwerken.
We gaan ook het antwoord niet geven.
Dat ìs aan de lezer zelf.
Dopers of gereformeerd? Een terecht etiket in onze kerken, in deze tijd?
Zeg het maar ……
