LEZEN: Ps. 75:11: … Hef uw hoorn niet op … God is rechter, Hij vernedert de één en verhoogt de ander … in de hand van de HEERE is een beker … Hij schenkt eruit … tot op de bodem opdrinken …
De psalmdichter heeft geen twijfels over Gods macht en Zijn bestuur van heel deze aarde, ja van alle koningen en machthebbers van de wereld en hun onderdanen. Inhoudelijk is er een sterke overeenkomst te tussen deze Psalm en de lofzangen van Hanna en Maria.
Zo lezen we in 1 Sam. 2:1-10: ‘Spreek toch niet zo bijzonder hoogmoedig, en laat niets hooghartig uit uw mond gaan, want de HEERE is een alwetend God en Zijn daden zijn recht … De HEERE maakt dood en maakt levend, Hij doet in het graf neerdalen en daaruit opkomen. De HEERE maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, ook verhoogt Hij … Want de grondvesten van de aarde zijn van de HEERE en Hij heeft de wereld daarop geplaatst ….’
En in Luk. 1:51-53: … ‘Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigden rijken heeft Hij met lege handen weggezonden.’
Psalm 75 begint met de erkenning en verwachting dat de HEERE nabij is en wonderen verricht. Niets is voor Hem onmogelijk. Steeds is er uitredding uit benarde situaties (vs.4). De gelovigen putten hier grote troost uit: God is hen overal en altijd nabij. Maar de goddelozen zijn gewaarschuwd: de HEERE ontgaat niets, waar men ook is en hoe men zich ook opstelt.
Daar komt bij dat de HEERE rechtvaardig zal oordelen naar dat men heeft gehandeld. Laat men dan vol eerbied zijn tegenover de HEERE. Want God zal de hoogmoedigen en geweldplegers straffen op Zijn tijd. Dat is geen zaak van de volkeren, want God staat boven hen. Het heeft daarom ook geen zin om allianties te sluiten als God daarbuiten gehouden wordt (Jes. 8:9-15).
De wraak van God over Zijn vijanden wordt vergeleken met het drinken van een beker vol schuimende wijn, die tot de bodem moet worden leeggedronken. Naast Gods gericht staat Zijn bevrijding van de Zijnen.
Wanneer zijn mensen ‘hoogmoedig’?
Zingen: Ps. 75:1,5,6
.
