by S. de Marie | 22 september 2026 05:00
LEZEN: Ps. 83:1-9 … Kom, zeiden zij, laten wij hen uitroeien, zodat zij geen volk meer zijn en aan de naam van Israël niet meer gedacht wordt … Bedek hun gezicht met schande, dan zullen zij, HEERE, Uw naam zoeken …weten dat U … de Allerhoogste … over de hele aarde.
De dichter schrijft een smeekbede aan de HEERE als de God van Zijn verbondsvolk dat door vijanden wordt omringd. Het zijn niet alleen vijanden van Gods volk, maar ook vijanden van God Zelf: Uw vijanden, die U haten in hoogmoed (vs.4). Zij willen het volk van God zo grondig uitroeien dat er niets meer van over blijft en niemand hun bestaan kent (vs.5). Het gaat hier om de strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad.
De vijandelijke macht is groot omdat ze samenspannen in hun gemeenschappelijke strijd tegen de HEERE en Zijn volk; vers 6: ze hebben een verbond tegen de HEERE gesloten (vgl. Openb. 16:14). Hoewel het onzeker is welke situatie in de geschiedenis van Israël en Juda aanleiding voor de Psalm vormt, wordt met name gedacht aan 2 Kron. 20 als de godvrezende koning Josafat van Juda bedreigd wordt door een samenzwering van Edom, Moab en Ammon. God redt Juda dan door de vijandelijke legers tegen elkaar te laten strijden. In de verzen 7-9 worden nog meer vijanden genoemd, die Juda rondom hebben ingesloten.
Vanaf vers 10 lezen we een hartstochtelijk appel op de HEERE om Zijn volk te verlossen en Zijn vijanden te verslaan en te gronde te richten. De dichter verwijst dan naar de overwinning die de HEERE in het verleden heeft bewerkt in de strijd tegen de Midianieten (Richt. 6, 7, 8) waarbij Gideon werd ingeschakeld, en in de strijd tegen Sisera en zijn leger (Richt. 4 en 5), waarbij Deborah, Barak en Jaël werden ingeschakeld. Zo doet de dichter een appel op de HEERE om ook nu, net als in het verleden, Zijn volk te bevrijden.
Maar naast het doel van bevrijding van Gods volk wijst de dichter op een nog hoger doel: de verheerlijking van God die niet alleen door Zijn verloste volk (Openb. 15:1-4), maar ook door Zijn vijanden als Allerhoogste erkend en vereerd zal worden in Zijn gericht over hen (Calvijn in zijn commentaar op Psalm 83; vgl. Openb. 1:7; art. 37 NGB).
Wie zijn nu vijanden van de kerk?
Zingen: Ps. 83:1,6
Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/09/22/22-september-2026-de-allerhoogste/
Copyright ©2026 Bouwen en Bewaren unless otherwise noted.