Zelfs de ooievaar ….. 2

Over liefde en recht, navolging en gehoorzaamheid

In het vorige artikel, ‘Zelfs de ooievaar …. 1’, zagen we dat echte liefde betonen niet alleen maar aardig zijn is, niet moeilijk doen en respecteren wat een ander denkt en zegt en doet. In tegenstelling tot de geest van de tijd. Echte liefde, zoals de Bijbel ons leert,  is in alles, ook in de omgang met elkaar, de wil van de Heere nastreven. Omdat je het heil van je naaste zoekt en de Heere dat van je vraagt. Dat heeft alles te maken met het Verbond, met Gods belofte én eis. Het heeft te maken met Gods rechtvaardigheid. Met Zijn récht.
En de vraag is: lopen we nu in deze tijd niet het gevaar dat we het spreken over de liefde, die de Schrift ons leert, los maken van ware liefde en het recht van de Heere?
We willen daar nu verder en dieper op ingaan.

Gemakkelijk
Spreken over Gods recht is in onze dagen niet erg populair. Gods recht … Ja, maar het gaat nu om de líefde van God. En om de doorwerking van die liefde. Gods liefde moet het uitgangspunt zijn in ons christelijk leven. Gods liefde moet zichtbaar worden in ons optreden als kerk naar buiten en in onze onderlinge omgang.
Ja, en dat klinkt heel goed. Op zich zijn zulke uitspraken juist. Maar in heel veel gevallen blijkt uit de context van zulk spreken, uit wat er omheen gezegd wordt, en uit hoe men handelt op grond van zulke uitspraken, dat het toch vaak niet goed is. Al te vaak wordt ook in christelijke kringen, ook wel in de kerk, gesuggereerd, soms heel open ook gezegd, maar vaak ook heel verborgen, impliciet, met andere woorden, dat het niet meer allereerst om recht gaat.

In feite wordt maar al te vaak toch een verschíl gemaakt tussen liefde en recht. Liefde en recht worden losgemaakt van elkaar. Ja, dat gevaar lopen we inderdaad. Soms dreigen ze zelfs elkaars tegengestelde te worden. Maar liefde die losgemaakt wordt van Gods recht, is geen liefde meer in Bijbelse zin. Dat wordt menselijke liefde, horizontalistisch, los van de HEERE, los van het fundament van het geloof. Ten diepste zonder zin en zonder waarde.
Liefde zonder recht is leeg. Ten diepste niet gericht op het behoud van de naaste. Maar op een gemákkelijke onderlinge omgang. Omgekeerd is ook recht zonder liefde zonder waarde. Dat leidt gemakkelijk tot hardheid, heerszucht, onverschilligheid en dwang.

De juiste volgorde
Ja, inderdaad moeten kinderen van de Heere met elkaar en met anderen omgaan met respect en verdraagzaamheid, met geopende handen en harten. De liefde ís geduldig en vriendelijk en verdraagzaam en bedekt alle dingen. Maar je zou kunnen zeggen: het gaat er om wat je daarbij voorop stelt, het eerste grote gebod of het daaruit volgende tweede grote gebod.
Want de volgorde is belangrijk. De liefde tot de naaste is een gebod van de HEERE. Maar het is het tweede gebod. Gelijk aan het eerste. Maar het staat niet voorop. Het volgt uit het eerste. Het is gegrond op het eerste.

“En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet?
Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” (Matth.22 : 36-40).

Het eerste gebod is: de Heere volkomen liefhebben. Dat betekent heel concreet: allereerst altijd Gods wil nastreven. Dat is Gods recht. De Heere liefhebben en het recht van de Heere erkennen, dat is hetzelfde. Daar is geen verschil tussen. Op het eerste grote liefdegebod, op het gebod om Gods recht te erkennen, is het tweede grote gebod gefundeerd. Tussen Gods recht en Gods liefde is geen tegenstelling. Ze kunnen en mogen niet losgemaakt worden van elkaar. En als we spreken vanuit het tweede grote gebod, de liefde voor elkaar, dan is dat altijd op de basis van de liefde voor de Heere en de erkenning van Zijn recht. Dat is het Verbond dat de Heere met de Zijnen heeft gesloten. “En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.” (I Johannes 4: 21). De broederliefde volgt uit de liefde tot God. Ze zijn in die zin een eenheid.

Recht
Ja, de liefde tot de broeders en zusters is een heel belangrijk gebod. En let wel: het gaat niet om spontane gevoelens, het is een gebód! Daar doe we niets aan af. Tegelijk moeten we dat andere, dat eerste gebod niet uit het oog verliezen.
Kaïn ging te gronde omdat hij het recht van de Heere niet nakwam. Maar zijn eigen recht hanteerde. En daardoor had hij niet werkelijk lief. “Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten liefhebben; niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.” (I Johannes 3: 11, 12).
We moeten liefhebben niet zoals Kaïn maar zoals Abel: rechtvaardig, dat is levend naar Gods recht. Dan kunnen we aan elkaar werkelijk de christelijke broederliefde betonen.

Zelfs de ooievaar
“Zelfs een ooievaar in de lucht
kent zijn vaste tijden,
tortelduif, zwaluw en kraanvogel
nemen de tijd van hun aankomst in acht,
maar Mijn volk kent niet
het recht van de HEERE.
Hoe kunt u dan zeggen: Wij zijn wijs,
en de wet van de HEERE is bij ons!” (Jeremia 8 : 7, 8).

Het recht van de Heere …… Wanneer het volk van God dat recht uit het oog verliest gaat het fout. Echt helemaal fout. En dat recht van de Heere wordt heel gemákkelijk uit het oog verloren. Want het past ons, zondige mensen, van nature niet. Veel liever gaan we onze eigen weg en zetten we tegenover dat recht van de Heere eenzijdig de liefde van God. En dan kunnen we zomaar op dwaalwegen raken.
Zelfs een ooievaar weet, bij wijze van spreken, beter. Een prachtige beeldspraak. Zelfs de vogels houden zich aan Gods instellingen. Aan deze tekst hebben we ook de titel van deze serie ontleend. Moeten gelovigen niet wijzer zijn dan vogels?  

Onvoorstelbaar eigenlijk! De dieren in de Schepping, de vogels op trek, zonder verstand als ze zijn, richten ze zich toch naar Gods instellingen. Maar de kerkmensen in Jeremia’s tijd, begiftigd met verstand, verlost uit de slavernij en gezegend met de verkondiging van Gods Woord, hebben geen besef meer van Gods Wet. En zij laten zich er ook niet op aanspreken. Zij accepteren niet eens dat daarop gewezen wordt. En de liefdeloosheid viert hoogtij.

Het recht van de HEERE
In Jeremia 8 lezen we over het komende gericht over Jeruzalem en Juda. Juda en Jeruzalem zijn er heel ernstig aan toe. Het leven wordt beheerst door egoïsme, materialisme en hebzucht. De echte liefde is volkomen verdwenen. Want het recht is er niet meer. Het recht van de Heere. Dat recht is, onder invloed van de afgodendienst, van de geest van die tijd,  verworden tot het recht van de mensen met de meeste invloed. De samenleving van de Kerk is verworden tot een goddeloze samenleving.

Nee, we willen echt niet beweren dat het er zo met ons voorstaat. Zeker niet. Maar zien we wel het gevaar? Beseffen we dat de geest van onze tijd ook ons kan beïnvloeden? Dat we, heel postmodern en tegelijk van alle tijden, ook in de kerk de liefde losmaken van het recht, van Gods recht?

Nog eens liefde zonder recht
Het gevaar is zo levensgroot dat we meegaan in dat denken en spreken over liefde zonder recht. Over het tweede grote gebod zonder het eerste. Het gevaar is zo reëel dat we vallen in de zonde van Juda en Jeruzalem. En zo gemakkelijk denken wij dat we het recht van de Heere kennen terwijl we het toch niet echt zien. Zo gemakkelijk laten we ons daarin verkeerd leiden. We zijn en worden, of we het nu willen of niet, zo gemakkelijk beïnvloed. Mooie en hartelijke en vaak oprecht gemeende woorden doen hun werk in ons hart en ons verstand.
Daarom moeten we elkaar steeds weer het recht van de Heere voorhouden. Wanneer we spreken met elkaar in de gemeente, in het ambtelijk werk, wanneer we recht spreken en besluiten nemen op kerkelijke vergaderingen, dan mogen we dat recht van de HEERE, dat voorop stellen van Gods geboden, niet uit het oog verliezen. Dan mogen we dat recht van de Heere niet vervángen door de onderlinge liefde. Want liefde zonder recht, zonder het recht van de Heere, is, zoals we al eerder zeiden, leeg.

Liefde zonder recht is liefde waar in werkelijkheid de Heere buiten wordt gelaten. Dat is zonde. Hard? Nee. Het klinkt misschien hard in onze menselijke oren. Maar de Bijbel leert ons dat liefde, gefundeerd op Gods recht, werkelijk barmhartig is. Omdat zulke liefde het behoud van mensen op het oog heeft. En het behoud van mensen is niet allereerst een zaak van goede onderlinge verstandhoudingen maar allereerst een zaak van gehoorzaam luisteren naar wat de HEERE zegt. Ook als het pijn doet.

In een volgend artikel willen we ingaan op hoe we dat kunnen zien in het werk van de HEERE zelf. In Zijn verbondsomgang en Zijn verlossingswerk. En dat nog verder uitwerken en toepassen.

                                                                                                                                                                                                     (wordt vervolgd)

 

Pdf maken (via Printen)