LEZEN: Luk. 1:1-4; 2:39,40: … keerden zij terug naar … Nazareth. En het Kind groeide op en het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid en de genade van God was op Hem.
Lukas is als schrijver van het Evangelie van de Heere Jezus Christus zelf geen ooggetuige geweest zoals Mattheüs en Johannes. Toch krijgt hij een belangrijke taak om de waarheid vast te stellen over het leven en sterven van de Heere Jezus. Zo plaatst hij Zijn grootheid en verlossingswerk in het volle licht.
Daarvoor heeft Lukas heel nauwkeurig de feiten over Hem verzameld met name aan de hand van wat ooggetuigen, waaronder Maria en de apostelen, hebben overgeleverd. Zo kan ieder die zijn evangelie leest volkomen zekerheid hebben over de Christus.
In eerste instantie was dit bestemd voor een zekere Theofilus, waarschijnlijk een hoog geplaatste functionaris van de Romeinse overheid. De inleiding van Lukas wijst hem en ons erop dat het evangelie geen zaak van menselijke ideeën is maar de waarheid over werkelijke, feitelijke, gebeurtenissen.
Onze overdenking daarover start als Jezus na Zijn geboorte in de tempel is gebracht, waar Jozef en Maria aan alle wettelijke verplichtingen voldoen (vgl. Gal. 4:4). Daar hoort bij het brengen van een geldoffer om Jezus als eerstgeborene af te kopen (vgl. Ex. 13:1,2,11-15). Ook wordt voor Maria een reinigingsoffer gebracht (vgl. Lev. 12:6).
Als Simeon en Anna hun diepe woorden over Jezus als de lang verwachte Zaligmaker hebben gesproken, komt het moment dat Jozef en Maria vertrekken. Lukas schrijft dat ze naar Nazareth gaan. Dat wil niet zeggen dat ze dit onmiddellijk doen. In Mattheüs lezen we nog van de vlucht naar Egypte nadat de wijzen uit het oosten hen hebben bezocht. Lukas spreekt over het vervolg.
Dan volgen bijzondere woorden over het Kind Jezus. Jezus is als klein kind nog niet volledig toegerust, net als alle kinderen (vgl. Heb. 4:15). Ook Hij moet groeien in kracht en voortdurend leren en toenemen in ware wijsheid (zie ook Heb. 5:8). Dat laatste gebeurt anders dan bij andere kinderen: volmaakt, zonder zonde, onder de speciale gunst van Zijn hemelse Vader.
Waarom zijn er vier Evangeliën nodig?
Zingen: Gez. 7:3,6
