Ons bidden is een kostbare zaak in de verbondsomgang met onze God en Vader. Onmisbaar voor ons geloofsleven. Hoeveel aandacht geven we aan de praktijk van ons eigen bidden? Hoeveel zorg besteden we eraan? Bereiden we het voor of komt het zoals het ons op dat moment te binnenschiet?
Verbondsgesprek
Ons gebed is bedoeld als verbondsgesprek. We bidden tot God in de hemel, de verheven God in Zijn majesteit. Schepper van ons leven. De heilige God, die tegelijk in Christus onze Vader en de Verlosser van ons leven is. Zo is Hij in het verbond, de almachtige God Die in Zijn ontferming als Vader naar ons wil luisteren en ons wil helpen. Laten we beseffen dat dit een enorm voorrecht is, dat wijzelf niet hebben verdiend. Een geschenk waarvan wij de waarde niet eens ten volle kunnen peilen.
We hoeven alleen maar te denken aan wat staat in Jakobus over de gebeden van Elia die ons ten voorbeeld zijn als krachtige gebeden, die veel tot stand brengen (Jak. 5:15v). Ook in Openbaring wordt de bijzondere betekenis genoemd van gebeden die opstijgen tot God om uitkomst bij geloofsvervolging of andere nood (Openb. 5:8; 8:3,4).
Ons gebed als verbondsgesprek is alleen mogelijk omdat Jezus Christus de weg tot God vrijmaakte door Zijn bloed, Hebr. 10:20. We kunnen daarom alleen tot God bidden in Jezus’ naam. Dat wil zeggen in Zijn gemeenschap, aan Hem verbonden.
Voor dat bidden schenkt Christus ons ook Zijn Geest. Die doet ons tot God roepen “Abba, Vader” (Rom. 8:15,16). Zo is onze kennis van de Drieënige God bepalend voor hoe, met welk doel en voor wat we bidden zullen.
Ons bidden is in zijn algemeenheid bedoeld als antwoord op Gods spreken tot ons en Zijn handelen met ons. Want Hij kwam als Eerste naar ons toe, als onze Schepper en als onze Verlosser. En nu mogen wij in gebed naar Hem toegaan in Christus.
Houding en stijl
Als we dat goed zien, bidden we ook met de juiste houding, namelijk allereerstootmoedig, dat wil zeggen: nederig, in afhankelijkheid, eerbiedig, met schuldbesef en daarom smekend. Maar tegelijk ook: in volle vrijmoedigheid vanwege Christus´ verzoening en in volle geloofszekerheid van het geloof die de Geest in ons werkt (Hebr. 4:16). Met de verwachting dat waar we voor bidden ons ook gegeven zal worden als het is naar Gods Woord en in dienst van Zijn Koninkrijk. Dan pleiten we op Gods beloften en mogen we aanhoudend zijn met ons gebed.
De stijl van ons gebed wordt ook bepaald door de aanhankelijkheid die we hebben als liefhebbende kinderen: we zullen God geen verwijten maken, maar juist op Hem vertrouwen. In alles Hem in liefde willen gehoorzamen en ons in alles op Hem willen richten. In een leven met en voor Hem.
Ons bidden is dan ook altijd aanbidden: we zijn Hem dankbaar, we zijn blij in Hem als onze God en Vader en loven en prijzen Hem om Wie Hij is. We danken Hem om wat Hij deed, doet en zal doen. In alles en altijd.
Doel en inhoud
Het doel van het gebed gaat terug op de Schepping en het verbond dat God met ons sloot. We zijn als Zijn beeld geschapen om Hem te verheerlijken. God sloot zijn verbond der genade opdat we Hem weer zouden dienen. Paulus noemt die dienst onze “redelijke eredienst”: het is een logische reactie op Zijn barmhartigheden (Rom. 12: 1). Het doel van het gebed houdt dan in: om als Gods beeld Hem te kunnen eren en als Gods dienstknecht Hem te kunnen dienen in Zijn Koninkrijk.
Een verbondsgesprek moet gaan over verbondszaken. Wat zijn dat? Allereerst Lof aan de Heere voor Wie Hij is. Dat vraagt grondige Bijbelkennis omtrent de Heere God en Zijn verbond met ons. Zodat we kunnen antwoorden op de vragen: Wie is Hij als Schepper en als Vader? Hoe groot is Hij in Zijn almacht, trouw en goedertierenheid?
Bij die lof hoort dankzegging voor wat Hij deed en doet. Ook daarvoor is Bijbelkennis en kennis van de kerkgeschiedenis nodig. Ook besef van Zijn handelen in ons eigen leven. We zullen de Heere God blijven danken voor het feit dat we tot Zijn kinderen zijn aangenomen door het verlossingswerk van Christus. En we zullen onze dankbaarheid blijven tonen voor het ontvangen van Zijn gemeenschap, Zijn Geest en al Zijn zegeningen waaronder alle ontvangen materiële en geestelijke gaven en krachten voor de dienst aan Hem.
Als we bidden ervaren we ook extra onze eigen kleinheid en zondigheid.
Dan hoort er plaats te zijn voor oprechte schuldbelijdenis met de vraag om vergeving van onze zonden. Dat vraagt zondekennis. Dan volgen smekingen om alles wat nodig is om te kunnen blijven wandelen met God de Vader als Zijn kind, en om de Heere Jezus Christus te kunnen blijven volgen als Zijn discipel. Ook smekingen om God op de juiste wijze te kunnen verheerlijken in ons leven. Daarnaast smekingen om onze taken te kunnen vervullen in dienst van Gods Koninkrijk in onderwerping aan God. Deze dienst strekt zich uit tot alle gebieden van ons leven op aarde m.b.t. kerk, gezin en samenleving. Ook ons schoolwerk en dagelijks werk vallen daaronder.
Andere zaken die niet passen bij onze verbondsverhouding met de Heere, moeten we ook uitsluiten uit ons gebed. Want die kunnen niet bestaan voor Zijn aangezicht. Alleen de dingen waarvoor we God kunnen danken, moeten deel uitmaken van ons leven en passen in ons gebed (Kol. 3:17; 1 Tim. 4:4,5).
Voorbede voor anderen is ook een belangrijk element. Niet alleen in de gebeden in de eredienst (Hand. 12:5; 1 Tim. 2:1-4), maar ook in de persoonlijke gebeden. Naast de Heere Jezus is Paulus daarin ons ten voorbeeld (Ef. 1:16; Fil.1:3,4; Kol. 1:3; 1 Tess. 1:2; 2 Tess. 1:3. Fil. 1:4). Hij roept ons daartoe ook op (Rom. 15:30). Ook Jakobus wijst erop als er sprake is van zonden (Jak. 5:15,16). Ook dat vraagt voorbereiding.
(wordt vervolgd)
