LEZEN: Luk. 5:12-16 … En meteen verliet de melaatsheid hem …
Een melaatse mocht in Israël niet deelnemen aan het onderlinge contact in de steden of dorpen. Hij moest buiten het kamp blijven (Num. 5:2). Melaatsheid was een afzichtelijke ziekte en teken van zondigheid. Nu komt een man met melaatsheid in een ver gevorderd stadium zomaar dichtbij Jezus. Maar Jezus stuurt hem niet weg. De man valt op zijn knieën met zijn gezicht naar de grond gekeerd, zo nederig is hij als hij de Heere Jezus om hulp vraagt.
In zijn vraag is wel een stellige verwachting dat de Heere in staat is om hem te genezen. Dat zal te maken hebben met de vele genezingen die Jezus al heeft verricht. Maar of Hij het ook aan hem zal doen?
Wat doet Jezus? Stuurt Hij hem weg? Nee, integendeel, Hij strekt Zijn hand uit en raakt hem aan. Dan gebruikt Jezus Zijn goddelijke macht om deze man te genezen en spreekt tegelijk uit dat Hij wil dat de man gereinigd wordt. Dat wordt direct zichtbaar voor hemzelf en de omstanders: ja, de man is zelfs totaal genezen! Van zijn uitgebreide ziekte is geen spoor meer te zien.
Ook andere wonderlijke genezingen die Jezus doet zijn vaak totaal, zoals bij de schoonmoeder van Petrus, de verlamde die zo met zijn ligmat wegloopt, de man met de verschrompelde hand, de bezetene in het land van de Gadarenen. Niemand kan zulke genezingen geven dan Wie God is.
De man die nu genezen is, krijgt twee opdrachten. De eerste is aan niemand hiervan iets vertellen en de tweede aan de priester laten zien dat hij nu rein is en een offer voor de reiniging brengen, waarbij hij door de priester als rein wordt verklaard. Dat laatste is in overeen-stemming met Lev. 14:1-7.
Wat de tweede opdracht betreft: dat zal de genezen man wel hebben gedaan. Maar dat geldt niet voor de eerste opdracht: daar houdt de melaatse zich niet aan. Integendeel, het gebeuren wordt als nieuws wijd verspreid, zodat er een grote groep mensen naar Jezus toegaat. Ze willen Hem horen en vooral wonderen zien doen. Maar dat is iets anders dan zich van hun zonden bekeren en Hem als Verlosser aannemen.
Waarom wil Jezus niet dat de man het rondvertelt?
Zingen: Ps. 41:1
