by S. de Marie | 6 november 2026 05:00
LEZEN: Ps. 97:1-12: … U, HEERE bent de Allerhoogste …
De komst van de HEERE als Rechter betekent uit genade eeuwige heerlijkheid voor hen die Hem liefhebben en eren met een oprecht hart, waarbij ze met hun zonden bij Christus schuilen. Hij heeft hun zonden bedekt voor Gods aangezicht. Maar hoe staat het met hen die de HEERE niet oprecht liefhebben en niet eren als de allerhoogste Koning?
Psalm 97 noemt eerst de vreugde in de HEERE die er is bij inwoners van kustlanden, heidense volken, als ze het licht van het evangelie opmerken over de HEERE God. Ook zij mogen Hem kennen en eren als hun Zaligmaker, Die Zich in Christus over hen zal ontfermen (vs.1, cf. Jes.42:4; 51:5).
Maar de Psalm laat in vers 2-6 ook zien hoe de HEERE reageert op hen die dit evangelie afwijzen. Zijn verschijning geeft dan verschrikking over de volken: wolken en donkerheid van Zijn heiligheid tegenover de zondige mens (vgl. Ex. 19:16,18, Hebr. 12:29). Gods verschijning is dan zo indrukwekkend dat bergen smelten. Wie zal dan bestaan?
Ook bij Christus’ wederkomst zal er een volledig tegengestelde ervaring zijn. Enerzijds zal er bij de menigte van gelovigen grote vreugde zijn: zij roepen met luide stem: “de zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam! … De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen” (Openb. 7:9-17).
Anderzijds zal er angst zijn bij alle ongelovigen als Gods oordeel komt: “En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven” (Openb. 6:15-17).
De Psalm richt zich nu tot het verwerpen van afgoden en het hartelijk liefhebben van God. Hoewel afgoden geen eigen bestaan hebben – het is de mens die ze maakt -, hen dienen betekent afkeer van God, als de Enige ware God, zoals in het eindgericht zal blijken.
Maar het eren en liefhebben van God vraagt ook haten, wegdoen van het kwade (vs.10). Voor gelovigen is dat dagelijkse strijd, waarbij de hulp en de zegen van de Heere mag worden ontvangen.
Beseffen we wel genoeg dat God alles regeert?
Zingen: Ps. 97:1,2,5
Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/11/06/6-november-2026-oordeel/
Copyright ©2026 Bouwen en Bewaren unless otherwise noted.