Plaats en voorbereiding van het gebed
Als we een hechte geloofsband met God hebben en doorlopend onze afhankelijkheid van Hem beseffen, zullen we een grote plaats aan het gebed toekennen in ons geloofsleven. Elk gebed vereist dan ook zorgvuldigheid. We naderen de Heere, onze Redder, onze Koning, de heilige en enige God in de hemel, Die ook onze Vader is.
Die zorgvuldigheid zullen we zelf in achtnemen maar ook onze kinderen aanleren.
Waar en wanneer bidden we dan om in alle rust en waardigheid de Heere te kunnen naderen? Welke houding en aandacht hebben we daarbij? Hoe vaak bidden we?|Welke zaken zullen we ze voor het aangezicht van de Heere brengen?
Moeten we dat bedenken tijdens het bidden, of is dat op zich al onzorgvuldig?
Bedenken we dit vooraf, dan zal ons gebed meer inhoud hebben. Want dan vergeten we minder gemakkelijk zaken die ons leven met de Heere raken. We zullen dan ook beter formuleren wat we de Heere in ons gebed willen voorleggen.
Ons gebed zal nooit een sleur en automatisme mogen worden. We spreken immers tot de hoogste majesteit? Het “Onze Vader” is ons model, maar hoe gebruiken we dit zo dat we ons tegelijk ook echt uitspreken in persoonlijke zaken, in specifieke noden, in actuele ontwikkelingen? De Heere staat toch niet buiten dit actuele en persoonlijke gebeuren? Het is goed om jezelf daarin te oefenen.
Ons bidden is weliswaar een zaak van ons hart, maar toch ook van ons verstand?
Daarvoor hebben we ook Gods Woord en de belijdenis die Gods Woord naspreekt.
Voor de lof aan de Heere kunnen we bij de Psalmen terecht. Die leren ons waarvoorHem prijzen en loven.
Voor onze schuldbelijdenis hebben we de wet zoals die is behandeld in HC zondag 34 – 44. Zo belangrijk om je eigen leven te toetsen en dit dan ook voor de Heere neer te leggen.
Voor ons danken en smeken kunnen we terecht bij de samenvatting van Gods Woord in de Heidelbergse catechismus zondag 45-52 over het gebed.
Dat zal veel meer verdieping geven. Niet om de catechismus woordelijke na te spreken maar om de zaken in eigen woorden te gebruiken.
Persoonlijk antwoord
Al onze gebeurtenissen, wensen en zorgen die wij in ons leven tegen komen, mogen we de Heere in gebed voorleggen. Hij is onze toevlucht. We mogen bij Hem ons hart uitstorten (Ps. 62:8,9). We mogen Hem om raad vragen, om bijstand, hulp, krachten, moed en uitkomst. Als we dat op de juiste wijze doen zal God zeker uitkomst geven.
Maar in onze verbondsverhouding met de HEERE moet ons leven zelf niet centraal staan. Laten we dan ons persoonlijk gebed niet beperken tot onze eigen wensen. Laten we ook vooral zien wat God wil, met name wat Hij in ons leven en in onze dienst aan Hem wil zien.
Als we bidden nadat we de Bijbel, Zijn Woord, hebben gelezen, wat zou het dan een verrijking zijn als we dat gelezen gedeelte meenemen in ons gebed, om daarop richting de Heere te reageren. Met gebruik van de eigen woorden van de Heere of een samenvatting daarvan. Dat vraagt niet een hoog intellectueel niveau, maar gewoon een gelovig gebruik van Gods Woord dat om ons antwoord, onze reactie vraagt. Want bij het Bijbellezen spreekt God tot ons, als onze Vader in de hemel. Hoe zullen we dan in ons gebed daarop niet ingaan? Hem daarop niet antwoorden?
Verbondsgesprek
Nee, ons gebed zal geen preek moeten worden over wat God tot ons heeft gesproken in het gelezen Schriftgedeelte. Maar op zijn minst toch een eenvoudig ‘Amen’ op wat Hij ons daarin heeft beloofd. Of een eenvoudig bidden om Zijn hulp voor het gaan op de door Hem aangewezen weg. Of een woord van dank over wat we hebben gelezen van Zijn genade en goedgunstigheid.
Dan wordt ons gebed samen met het gelezen Schriftgedeelte een gesprek met onze Vader! Ja, ook dat zal oefening vragen. En vooral ook voorbereiding.
Maar het gaat wel om het allerbelangrijkste gesprek van de dag!
Laten we steeds bedenken dat onze gebeden die de Heere aangenaam zijn, tot Hem opstijgen en als reukwerk op gouden schalen voor Zijn troon worden gebracht.
De Heere vindt onze gelovige gebeden kostbaar, ze komen naar Hem toe op gouden schalen. Hij neemt ze serieus in Zijn uitvoering van Zijn raad. Laten wij ze daarom ook serieus nemen. Zodat we daarin de Heere welgevallig mogen zijn.
Een lieflijke reuk voor Zijn aangezicht. Zodat onze gemeenschap met Hem wordt versterkt.
____________________________________________________________________________________________________________________________________
