LEZEN: Jes. 46:1-13: Bel is gekromd, Nebo neergebogen … zij … zijn zelf in gevangenschap gegaan. Luister naar Mij, huis van Jakob, en heel het overblijfsel van het huis van Israël, u, die door Mij gedragen bent vanaf … de baarmoeder. Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen; Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen … en redden. Met wie wilt u Mij vergelijken …? Denk aan de dingen van vroeger, van oude tijden af, dat Ik God ben en niemand anders. Ik ben God, en er is er geen als Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben; Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen; … Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet ver zijn, en Mijn heil zal niet uitblijven, maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israël Mijn luister.
Als de HEERE de afgoden die de door heidenvolken maar ook in Israël worden aanbeden, beoordeelt, blijken die volslagen machteloos te zijn. Babel kan niet meer gered worden. Bel en Nebo, Babels afgoden, zullen vallen (vergelijk met Dagon in de tijd van Samuel); ze worden afgevoerd op de lastdieren van de veroveraars.
Maar laat dan alle overgebleven Israëlieten naar de HEERE luisteren en het van Hem verwachten. Hoe vaak moet de HEERE ze dat niet duidelijk maken? Vele hoofdstukken in Jesaja bevatten een oproep van de HEERE Zelf aan Zijn volk om Hem eindelijk te erkennen als de almachtige God, die trouw is aan Zijn verbond en vol ontferming over Zijn volk.
Steeds moet de HEERE wijzen op Wie Hij werkelijk is. Ook in dit hoofdstuk herinnert de HEERE Zijn volk eraan hoe Hij hen al gedragen heeft nog voordat ze leefden. Dat zal wijzen op de tijd na Gods verbond met Abraham. Hij zal dat ook nu, ja zelfs tot hun hoge ouderdom, blijven doen (vs.3,4).
Dragen is: hen nabij zijn met Zijn hulp en heil. Wat een dwaasheid om Hem met stomme afgoden te vergelijken! God is onvergelijkbaar, vooral in Zijn verlossende macht en alwetendheid: Zijn woorden komen toch altijd uit? Hij werkt alle dingen overeenkomstig de raad van Zijn wil (Ef.1:11).
Kunnen wij God met iets of iemand vergelijken?
Zingen: Ps. 138:2
