LEZEN: Judas: 17-19: Maar u, geliefden, herinnert u zich de woorden die voorzegd zijn door de apostelen van onze Heere Jezus Christus dat zij u gezegd hebben dat er in de laatste tijd spotters zullen zijn, die naar hun eigen goddeloze begeerten wandelen. Zij zijn het die scheu-ringen veroorzaken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben.
In vers 17 spreekt Judas de trouwe gemeenteleden weer aan met geliefden. Geliefden die in gevaar zijn, en die hij niet kwijt wil raken. Hij bindt hen vanuit zoekende liefde namens Christus op het hart, wat ze moeten doen: Herinnert u de woorden die voor deze gesproken zijn door de apostelen van onze Heere Jezus Christus.
De gelovigen moeten beseffen dat de komst van de dwaalleraars niet een zaak is die Christus, de Koning van de kerk overvalt. Zo is het beslist niet. Zowel Christus als de apostelen hebben dit aangekondigd. Laat dit tot hun bemoediging zijn. Christus zal hen er ook zeker doorheen helpen.
Daarvoor moeten ze dan ook de wapenrusting aan doen. Ja, de invloed van spotters blijft zorgwekkend en misschien zelfs bedreigend. Maar laten ze niet angstig of moedeloos worden maar met Gods hulp voortgaan. Christus staat hen met Zijn Woord en Zijn Geest bij.
Die spottende leden die naar eigen goddeloze begeerten wandelen, maken wel scheuringen door mensen achter zich te trekken, maar de trouwe leden hebben als geliefden van Christus Hem als hun bewaarder, en van Zijn Geest krijgen ze kracht en wijsheid.
Het is opmerkelijk dat veel indringende en scherpe woorden van Judas herhalingen zijn van de woorden van de apostel Petrus in zijn tweede brief. Dat is geen toeval. Nee, zo heeft de Heere het gewild. En juist daar verwijst Judas naar.
Ook de apostelen, waaronder Petrus, hebben over deze spotters gesproken. Judas wil niet origineel zijn. Hij schrijft wat de Heere hem opdraagt. Uit noodzaak, grote noodzaak. Niet alleen voor de gemeenten in zijn tijd maar voor de kerk van alle tijden. Ook wij moeten in onze tijd de geesten beproeven of ze uit God zijn.
Krijgt deze zaak een plaats in onze opvoeding thuis?
Zingen: Ps. 35:13
