LEZEN: Gen. 37:1-36: … Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan zijn broers, haatten zij hem en konden niet vriendelijke tot hem spreken … Wat is dat voor een droom die je gehad hebt? Moeten wij, namelijk ik, je moeder en je broers soms naar je toekomen om ons voor jou ter aarde neer te buigen? … Ruben zei ook tegen hen: Vergiet geen bloed ; gooi hem in deze put … verkochten zij Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten. Die brachten Jozef naar Egypte … Toen scheurde Jakob zijn kleren …
De Bijbel is vaak uitvoerig in het beschrijven van gebeurtenissen zodat we goed begrijpen wat er zich afspeelde, hoe dit zo gekomen is, hoe men gehandeld heeft, wat de leiding van God hierin was en welk doel het geeft gehad. Het is ons tot lering in onze verhouding tot God en onze verantwoordelijkheid die Hij ons daarbij geeft.
Ook in dit Schriftgedeelte gaat het niet maar om een spannend verhaal maar om een ware geschiedenis, waaruit blijkt hoe verbondskinderen handelen in Gods verbond naar Hem toe en naar elkaar toe. Blijkt er verbondstrouw en -liefde of eigenwilligheid en zonde? Om dan ook te mogen inzien hoe de HEERE dit alles gebruikt in Zijn regering van kerk en wereld naar de komst van Christus en op weg naar het definitieve oordeel.
Het begint met de bijzondere liefde van Jakob voor zijn zoon Jozef. Dat is een zaak waar Jozef zelf niets aan kan doen. Ook brengt Jozef het kwade gerucht dat de heidenen hebben over Jakobs zonen over aan zijn vader. Dat is geen roddel over zijn broers, maar rapportage van het gevoelen van de heidenen in hun buurt. Toch ontwikkelen zijn broers haat en afgunst.
Wanneer Jozef twee dromen doorgeeft, die een profetische boodschap bevatten, haten ze hem nog meer. Toch is er geen sprake van een ongepast handelen van Jozef maar een zondige aard van de broers. Dat komt tot uiting in hun actie om Jozef uit te schakelen.
Ze worden door Ruben nog behoed voor een moord, maar verkopen hem dan aan handelslieden zodat hij in Egypte komt. Een nieuw dieptepunt in de geschiedenis van de aartsvaders.
Wat is in deze geschiedenis Gods handelen?
Zingen: Ps. 143:6,10
