21 MAART 2025 – RUBEN

LEZEN: Gen. 49:1-4: … mijn eerstgeborene … niet de voortreffelijkste

De oude Jakob toont na zijn komst in Egypte een keer ten goede in zijn geloof. Dat blijkt ook uit de zegeningen die hij zijn kinderen op zijn sterfbed meegeeft.

Vóór die tijd dacht Jakob vooral aan zichzelf, aan zijn bezittingen en voorspoed.  Denk aan de wijze waarop hij het eerstgeboorterecht kocht van Ezau, denk aan de manier waarop hij zijn vader Izak bedroog om de zegen te mogen ontvangen en het bedriegen van Laban om zo rijk mogelijk te worden.

Daar is niets meer van te zien. Jakob richt zich nu op Gods beloften en de toekomst van zijn nageslacht. Daarin treedt hij op als profeet van God: Alle zegeningen, vermaningen en voorzeggingen die hij uitspreekt betreffen woorden van de Heilige Geest. Woorden die ze allemaal ter harte moeten nemen vanaf zijn sterfbed.

Tegelijk moeten ze daarbij hun streven om zelf naar de beloften te grijpen, laten varen net zoals Jakob dat bij Pniël zelf heeft moeten leren. Daarom noemt hij zichzelf in vers 2 ook “Israël”, de naam die God hem daar gaf: Strijder, Vorst van Gód.

Laten ook zij de strijd van God voeren en het daarbij van Hem verwachten (vgl. Rom. 4:17v). Daarbij komt dat de profetische woorden alles te maken met de komende Christus.

Jakob roept al zijn zonen bijeen bij zijn sterfbed om samen naar de profetie over het volk Israël te horen, waarvan zij de stamvaders zijn. Toch krijgt ieder een aparte zegen, zoon voor zoon, stam voor stam.

Als eerste roept Jakob Ruben, de oudste zoon bij zich. Als eerstgeboren zoon behoort hij leiding te geven en een voorbeeld te zijn voor de anderen. Ook krijgt de eerstgeborene een dubbel deel van de erfenis. Dat alles zou gelden voor Ruben. Israël benoemt dit.

Maar toch valt een schaduw over hem vanuit het verleden. Ruben heeft zich schaamteloos gedragen door tegen Gods wil in gemeenschap te hebben met Bilha, de bijvrouw van zijn vader (Gen. 35:22). Daarbij onteerde hij zijn vader want hij deed dit in Jakobs bed. Ruben mag nog wel stamvader zijn, maar zonder eerstgeboorterecht; dat komt Jozef toe.

Straft God de nakomelingen van zondige ouders?

Zingen: Ps. 51:3          

Pdf maken (via Printen)