LEZEN: Dan. 3:8-18 … wie is dan de god die u … kan verlossen? …
De strijd van Dan. 3 is gericht tegen de krachtige komst van Gods Koninkrijk. Hoe reageren Gods volgelingen? Wie kan onder zoveel druk stand houden? De drie vrienden zijn als rijksbestuurders ook opgeroepen om in het dal Dura voor het beeld van Nebukadnezar te buigen.
Maar ondanks het bevel van de koning, de dreiging van een wrede dood en de buigende massa om hen heen, laten zij zich daartoe niet dwingen. Ze worden dan gespot door verklikkers, en als overtreders aangebracht bij koning Nebukadnezar.
Zijn bevel is dat niemand mag afhaken, anders brengt dat zijn autoriteit in geding. Voor wie niet wil buigen is geen plaats meer in zijn rijk. Die moet onmiddellijk worden omgebracht. Deze boodschap moet voldoende afschrikking geven. Dan zullen zelfs die Joodse mannen meedoen aan zijn verering.
Maar nu dat niet blijkt te werken, wordt Nebukadnezar kwaad. Als ze voor hem staan, geeft hij ze nog een kans om zich te herstellen. Misschien hebben ze het niet goed begrepen of denken ze dat het zo’n vaart niet zal lopen. Hij herhaalt wat zijn bevel is; ook zijn dreigement.
Bij Nebukadnezars aanbiddingsactie gaat het erom wie de sterkste is, hij en zijn goden òf de God van de drie vrienden. Hij wil laten zien dat hij de machtigste is.
Tot nu toe waren de drie vrienden trouw in hun dienst aan de Heere. Maar hoe reageren ze op deze frontale aanval van Nebukadnezar? Wat opvalt is dat ze ook nu geen angst laten zien. Ze zijn vastberaden. Ze zeggen zelfs: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven.
Dat is niet onvoorzichtig. Nee, ze houden bewust rekening met de aangezegde dodelijke gevolgen. En zelfs als God hen niet zal verlossen zullen ze de afgoden en het gouden beeld niet vereren, Dat denken ze niet alleen, dat spreken ze tot de koning zelf uit (vs.18)!
Wat een getuigenis werkt de Heere in deze jongemannen uit! Duidelijker kunnen ze het niet zeggen. Ze zien de antithese, doen een geloofskeuze en komen daar ronduit voor uit! Ons tot voorbeeld!
Waarop rust hun vrijmoedigheid?
Ps. 50:11
