LEZEN: Rom. 3:21-26: … naar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard … door het geloof in Jezus Christus …
Hoeveel we ook naar de wet willen leven, dáárdoor gaan we nog niet vrijuit bij Gods terechte oordeel over onze zonden. We zullen dan nog altijd schuldig staan, want niemand kan Gods wet volmaakt houden.
Als God dit moet vaststellen, terwijl er verder niets zou zijn, is er voor niemand toekomst. Dan hebben ook wij geen enkele hoop. Dan missen we het licht van Gods heerlijkheid (vs.23).
Maar nu, zo zegt vers 21, is zónder de wet gerechtigheid van God geopenbaard. Bij de dood-lopende weg van werken van de wet, bestaat er toch een nieuwe uitweg om aan Gods recht te voldoen!
“Maar nu” geeft het grote keerpunt aan dat het Evangelie biedt aan zondige mensen. Het is het Evangelie van Jezus Christus en Die gekruisigd, waarvan het Oude Testament (de Wet en de Profeten) al sprak. God geeft deze gerechtigheid uit genade, gratis, voor niets, door de verlossing in Christus Jezus (vs.24).
De verzen 25 en 26 zeggen hoe deze verlossing tot stand kwam.
God wees Christus aan om Zijn bloed te geven als middel tot verzoening. Christus gaf Zijn bloed om te voldoen aan het recht van God, als straf op de zonde. Dat bloed staat voor de ziel, het leven van de mens. Dat gaf Hij voor de Zijnen, voor allen die in Hem geloven.
Hun schuld wordt daardoor vergeven en de kloof met God gedicht.
Zo staan ze weer recht voor God en missen ze Zijn heerlijkheid niet, maar mogen ze met Hem leven in een eeuwig leven.
Christus verzoende niet alleen alle oudtestamentische gelovigen, van wie de straf door God was uitgesteld (vs.25b). Hij deed dit ook voor allen die in de tijd van het Nieuwe Testament in Hem geloven als hun Zaligmaker.
In dit alles laat God zien dat Hij rechtvaardig is: er moest voldaan worden. Tegelijk is Hij barmhartig: Hij zond zelfs Zijn eigen Zoon om uit genade allen die in Hem geloven, met Zich te verzoenen.
Is onze rechtvaardiging een eenmalige gebeurtenis?
Zingen: Gez. 17:3,4
