LEZEN: Joh. 11:1-45: … Ik ben de Opstanding en het Leven, wie in Mij gelooft, zal leven ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat? …
De haat tegen de Heere Jezus is onder de Joden zo opgelopen dat ze Hem willen stenigen (10:31,39). Jezus gaat nu de laatste fase in van Zijn leven op aarde. Dan volgt de geschiedenis van de opwekking van Lazarus uit de dood.
Het is van belang te zien dat Jezus wil dat de zieke Lazarus sterft om het wonder van zijn opstanding mogelijk te maken. Hij wil er zo nog eens duidelijk op wijzen dat alleen door geloof in Hem het ware, eeuwige leven wordt geschonken als redding uit de eeuwige dood (vs.11,15,42).
Ook de discipelen hebben dit nog hard nodig. Uit hun opmerkingen (vs.7-10,16) blijkt dat ze nog steeds niet begrijpen dat de Christus daarvoor moet lijden (Matt. 16:21,22). Wat is het ook voor hen van belang dat ze Zijn verlossingswerk goed zien!
Voor Jezus is de dood van de gelovige Lazarus meer een zaak van slapen in vergelijking met de eeuwige dood. Hij weet dat Zijn Vader dit laat gebeuren zodat Hij bij Lazarus’ opstanding in Zijn Zoon wordt verheerlijkt (vs.4,40,41). Ieder die in Hem gelooft zal door Zijn kruisdood en Opstanding het eeuwige leven mogen ontvangen.
Het komt er voor de discipelen en vrienden van Jezus op aan dat ze zo in Hem geloven, en Hem niet zien als alleen een wonderdoener. Martha wordt op dit geloof rechtstreeks bevraagd en geeft een heerlijk antwoord (23-27).
Toch huilt Jezus later bij het graf als Hij ziet hoeveel verdriet er is bij Maria en Martha bij de dood van hun geliefde broer, van wie ook Hij zoveel houdt (vs.33,35,38). Het is Zijn oprechte uiting van medelijden als vriend, maar vooral als Hogepriester voor allen die Hem liefhebben (Heb. 4:15). Dat zovelen van Zijn volk niet in Hem geloven en daarom verloren zullen gaan, is voor Jezus hier wel de grootste smart.
Dan gaat Jezus over tot Zijn heerlijk werk: Hij wekt Lazarus op als teken dat Hij de ware Verlosser is: de familie, de discipelen en alle andere omstanders horen Zijn bevel en zien de gestorvene naar buiten komen. Velen ‘geloven’ in Hem, niet allen.
Beseffen we dat Jezus meeleeft met ons verdriet?
Zingen: Ps. 16:4,5
