LEZEN: Ex. 30:1-38: … reukwerk … elke morgen … eenmaal per jaar … bloed van het zondoffer … aan de hoorns verzoening … wanneer zij … binnengaan, moeten zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven … heilige zalfolie … u moet daarmee de tent .. de ark … heiligen … wat het reukwerk betreft … het moet u heilig zijn …
Het belangrijkste werk van de priesters is het brengen van offers. Het reukofferaltaar, het enige altaar binnen de tent van ontmoeting, staat dicht bij het voorhangsel van het allerheiligste, vlakbij het verzoendeksel.
Dit heeft betekenis: de HEERE wil vanaf Zijn troon in Zijn verbondsgemeenschap met het volk genieten van de liefelijke geur van het verbrande reukwerk. Elke dag, ’s ochtends en ’s avonds, moet hetzelfde reukwerk worden gebracht. Andere offers mogen er niet op worden verbrand.
Het reukoffer symboliseert de gebeden van de gelovigen, die ook verzoening nodig hebben. We weten dat onze gebeden worden geheiligd door het offer van Christus aan het kruis (Hebr. 9:1,15; Openb. 5:8; 8:3,4).
David spreekt in Ps. 41:1,2: “HEERE, ik roep u aan, kom spoedig tot mij, neem mijn stem ter ore, wanneer ik tot u roep. Laat mijn gebed als reukwerk voor uw aangezicht staan, laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn.”
De verzoening van het reukwerk vindt plaats op elke grote verzoendag als een deel van het bloed aan de hoorns van het reukofferaltaar wordt gesprenkeld. Dit moet jaarlijks gebeuren.
De samenstelling van het reukwerk moet strikt voldoen aan de voorschriften van vers 34-38. Het mag door niemand worden nagemaakt, op straffe van de dood. Het moet allerheiligst zijn en blijven.
Kun je aangeven waarvoor onze gebeden belangrijk zijn?
Zingen: Ps. 51:4
