LEZEN: Ps. 13:1-6 … Hoe lang zult U Uw aangezicht nog voor mij verbergen? … zal ik verdriet hebben … verhoor mij … Ik vertrouw echter op Uw goedertierenheid … Ik zal voor de HEERE zingen, omdat Hij goed voor mij geweest is.
In Psalm 12 uit David de ervaring dat hij zich omringd ziet door een grote meerderheid van goddelozen. Dat kan gevoelens van troosteloosheid geven. Vergelijk dit met Elia die zich totaal alleen voelde en in de woestijn de HEERE vroeg om te mogen sterven.
In Psalm 13 is David er nog erger aan toe: hij voelt zich zelfs door God verlaten. Het kan voor gelovigen een echte worsteling zijn om in moeilijke tijden te blijven geloven dat de HEERE hen ook dan nabij is.
Als de situatie naar ons oordeel zonder uitzicht op verbetering is, zouden we in onze wanhoop kunnen twijfelen aan Gods omzien naar ons en zelfs aan Gods trouw, almacht en leiding.
Dat laatste lezen we nog niet in deze Psalm. David doet in zijn ellendige situatie een dringende oproep aan God om niet langer Zijn aangezicht voor Hem te verbergen. Hij worstelt ermee dat hij als gunsteling van de HEERE zoveel kwaad moet verduren. Zijn verdriet gaat verder dan het kwaad zelf. Zijn verdriet is ook: waar is de HEERE en Zijn verlossing?
David komt met een indringend herhaald “hoe lang nog” richting de HEERE. Hij stopt niet met bidden maar laat zien dat de HEERE de noodsituatie gebruikt om van zijn afhankelijkheid van Hem te blijven getuigen.
David doet daarbij een appel op Gods beloften van trouw: “Ik echter vertrouw op uw goedertierenheid”. Zijn vertrouwen op God als de God van het verbond, is zo sterk, dat hij nu al spreekt van zijn dankbaarheid en grote blijdschap die er zal zijn als God hem verlost.
David is ons hier, geïnspireerd door de Heilige Geest, tot voorbeeld als man naar Gods hart. Wij mogen als gelovigen nog veel beter dan David weten dat de HEERE ons nooit zal verlaten, juist omdat Hij Zijn eniggeboren Zoon wel heeft verlaten. Wij hebben daarom nog meer reden om nooit te twijfelen aan Gods bijstand.
In welke zin bidden wij: Heere, hoe lang nog?
Zingen: Ps. 13:1,4
