15 MAART 2026 – WONEN 

LEZEN: Ps. 15:1-5: … HEERE, wie zal verblijven in uw tent? … Hij die oprecht wandelt … de waarheid spreekt … geen kwaad doet … Wie deze dingen doet, zal niet wankelen, voor eeuwig.                                                         

In de voorgaande psalmen richt David zich op het kwaad van hen die God niet willen kennen en erkennen, de goddelozen. Nu richt David zich op hen die God wel kennen en erkennen, met de vraag: wie mag in Gods huis wonen? Wie mag voor Gods aangezicht verschijnen en in Zijn gemeenschap leven?

De achtergrond van deze vraag is dat zich onder godsdienstige mensen ook huichelaars bevinden, zelfs onder Gods volk, de kerk van Jezus Christus. Ze doen zich voor als gelovigen, maar hoe is hun hart, hun spreken, hun leven?

Daarbij is het belangrijk te beseffen dat God heilig is, dat in Hem geen enkele zonde, geen enkele duisternis is, en dat Hij geen zonden verdraagt (1 Joh. 1:5-10). Elk mens is in Adam een zondaar, in zonde ontvangen en geboren. Elk mens is niet waard om bij God te wonen. Maar er is vergeving mogelijk. In het Nieuwe Testament bij het vergoten bloed van Christus (1 Joh. 2:1,2). In het Oude Testament bij de zondoffers die al wezen op het bloed van Christus.

Maar dan zal er ook uit de vergeving geleefd moeten worden. Er zal gestreden moeten worden tegen de zonden. Dat gold ook voor het Oude Testament, de bedeling dat de Geest nog niet was uitgestort.

Het volk wordt geleerd door de priesters zich aan Gods wet te houden; ook in het overige van Gods Woord wordt deze wet nader verklaard (zie bv. Deuteronomium, Leviticus, Numeri, Spreuken).

De HEERE mag van Zijn volk eisen oprecht te leven voor Zijn aangezicht, ook in de houding naar de naaste toe. Anders is er tucht nodig. Zo is dat ook in de nieuwtestamentische tijd. Bij onbeleden openlijke zonden mag je niet aan het avondmaal. Maar ook niet bij heimelijke zonden! Je zult je moeten beproeven.

In deze Psalm wordt de heiligheid van God benadrukt en dus ook de heiligheid van ons leven. Want voor ons geldt het woord van God: “wees heilig want Ik ben heilig” (Lev. 11:44,45; 19:2; 20:7; 1 Petr.1:16). 

Is het gemakkelijk wat God van ons eist?               

Zingen: Ps. 15: 1,2,4

Pdf maken (via Printen)