In onze maatschappij is het ieder voor zich. De meeste mensen kunnen zichzelf voorzien, eisen hun recht op, willen over van alles en nog wat een eigen mening hebben. Ook kan iedereen vanuit zijn luie stoel het wereldleven gadeslaan. Alles bij de hand op je eigen smartphone. Het is ieder voor zich. Het individualisme is nog nooit zo uitgesproken geweest.
Maar hoe staat het met de kerk, met de gemeente van de Heere Jezus Christus? Wij zijn toch geen losse individuen? We zijn toch ook niet alleen kerk, omdat we ieder voor zich er iets aan willen hebben? Om zelf zalig te kunnen worden?
Gemeenschap
Nee, we zijn een geméénschap, de gemeenschap der heiligen. Dit houdt in dat je, hoe verschillend je ook bent in afkomst, aanleg, karakter, gaven, interesses, toch samen als gemeente een eenheid vormt. Een eenheid in verscheidenheid. Als we willen doorspreken over het omgaan met verschillen, met verscheidenheid, moeten we eerst letten op die eenheid.
Laten we daarvoor aandacht geven aan de eerste christelijke kerk. Wat deze kerk vanaf de Pinksterdag liet zien met zoveel verschillende leden is voor ons tot voorbeeld. Wat was toen het geheim? We lezen ervan in Hand. 2 en 4. De gedoopte gelovigen vormden een echte éenheid. Ze waren niet alleen samen met het doel om een preek van de apostelen te horen en de viering van het HA te delen en samen te bidden. Nee, hun eenheid ging verder dan alleen deelname aan erediensten. Er was echte eendracht, eensgezindheid als vrucht van het geloof.
Dat was ook buiten de erediensten zichtbaar. Want ook voor het dagelijkse leven hielpen ze elkaar.
Niet oppervlakkig door elkaar succes te wensen en het daar bij te laten. Nee, met grote opofferingen! Ze zagen naar elkaar om, en gebruikten daarvoor zelfs hun bezittingen! Niemand beschouwde zijn rijkdom als iets dat ze alleen voor zichzelf hadden. Ze gaven er graag van. Ze verkochten zelfs bezittingen om van het geld armen te helpen. Zo had iedereen genoeg om van te leven! Er werden geen uitzonderingen gemaakt. Niemand had gebrek.
Wat geweldig, dat men zo het geloof deelde en alles voor elkaar overhad! Wat een vreugde gaf dat! Waar vind je nog zoiets? Toch zou dit ook vandaag in de kerk zo moeten zijn. Maar wat is dan het geheim, dat dit toen zo gebeurde? Dat staat in Hand. 4:32: ze waren één van hart en één van ziel. Maar nu vraag je misschien: was dat omdat de kerk toen een nieuwe beweging was? Nee, dit was het directe gevolg van de uitstorting van de Heilige Geest! De Geest van de opgestane Heere vervulde de harten van de gelovigen. Hij zorgde voor die prachtige eensgezindheid. Zoals ze door Hem met hart en ziel aan hun Zaligmaker waren verbonden, zo waren ze ook door Hem em Hvan hart en ziel één met de andere gemeenteleden. Als uiting van waar geloof, dat door de liefde werkt!
Partijschappen
In Korinthe gaat het minder eensgezind toe. Er zijn partijschappen. Er is verdeeldheid bij het samenkomen. Er zijn moeiten met de avondmaalsviering. Ze kunnen niet eens op elkaar wachten met eten. Sommige leden vinden zich belangrijker dan anderen. Ze staan zich voor op hun bijzondere gaven en talenten. Vooral als ze in tongentaal kunnen spreken of een profetie hebben. Deze leden kijken neer op de leden die deze gaven niet hebben ontvangen. Van de schitterende eenheid te Jeruzalem is in Korinthe niet veel te zien.
Maar Paulus spreekt deze gemeente erop aan. Hij laat in 1 Kor. 12 zien hoe we kerkgemeenschap horen te zijn bij alle verscheidenheid. Hij toont aan hoe dit kan voortbestaan ná Pinksteren.
Alles hangt samen met Christus, onze Heere. Hij is het hoofd van de gemeente. Hij wil dat Zijn kerk bij Hem past. Nee, niet als een verzameling losse leden, waar je elkaar duldt om de lieve vrede.
Maar als een echte eenheid, waar onderlinge afstemming bestaat omdat je samen aan Christus bent verbonden.
Paulus erkent verscheidenheid ook in de gemeente van Korinthe. Hij besteedt er zelfs veel aandacht aan. 1 Kor. 12: 4-11: er is verscheidenheid van gaven, van bedieningen, van werkingen, de één krijgt een woord van wijsheid, de ander een woord van kennis, nog weer een ander gave van geloof, of genezing, of krachten, of profetie, of onderscheidingsvermogen of tongentaal of uitleg daarvan.
Maar in al die gevallen is het dezelfde Geest die ieder afzonderlijk gaven geeft en uitwerkt zoals Hij dat wil. Ja, laten we dat laatste ook beseffen, het is de Geest die verscheidenheid wil. Vooral, zoals vers 7 zegt, omdat die verscheidenheid nuttig is voor de ander.
(wordt vervolgd)
