1 APRIL 2026 – GROTE BRON VAN DROEFHEID

LEZEN:  Rom. 9:1-7  … voor hen geldt de aanneming tot kinderen … niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël …  

In de eerste hoofdstukken van Romeinen heeft Paulus het verkeerde en volstrekt ontoereikende aangegeven van het doen van goede werken om rechtvaardig voor God te staan. Daar tegenover stelde hij het evangelie van gerechtigheid door geloof in Christus alleen.

Maar hoe staat het dan met het volk Israël, welke toekomst heeft het nog? Het heeft de Christus mogen voortbrengen, maar de meerderheid van de Joden heeft Hem verworpen. Wat is nu nog de kracht van Gods beloften?

Paulus is zelf Jood. Doet het hem dan niets dat de Joden niet in hun Zaligmaker geloven? Dat werpt Paulus ver van zich (vs.1). Hij zou zich zelf wel willen offeren om Israël te redden (vs.3, vgl. Mozes pleidooi in Ex. 32:30v.). De zondige en heilloze weg die Israël gaat, is des te droeviger omdat zij als Gods uitverkoren kinderen Gods wet, Zijn verbondsbeloften en Zijn tegenwoordigheid (heerlijkheid) hebben ontvangen.

God gaf Zijn onberouwelijke heilsbeloften al aan de vaderen uit wie zij zijn voortgekomen (vs.4,5). Hun grootste voorrecht was daarbij wel dat ze de Christus, Die toch God is (vs.3), als mens voort mochten brengen.

Dat Israël de Christus versmaadt, heeft niet als oorzaak dat Gods Woord geen kracht meer heeft. Gods Woord is voor wat Het uitwerkt niet afhankelijk van mensen. Bovendien ontfermt de HEERE Zich over wie Hij wil (9:18). Daarbij gebruikt Hij Zijn krachtdadige Woord.

Het zijn inderdaad maar weinig Joden die ondanks Gods weldaden en Woord de Christus hebben aangenomen, maar God Zelf heeft met en door Zijn heerlijk beloftewoord wel degelijk grote dingen gedaan, door harten tot geloof te brengen!

Daarbij wijst Paulus erop dat er twee soorten Israëlieten zijn. Ze zijn niet allemaal het ware nageslacht van Abraham. Ze zijn wel allen nakomelingen, maar ze hebben niet allen de van God ontvangen beloften geloofd, zoals Abraham, Izak en Jakob deze beloften hadden ontvangen én geloofd. Er is een Jood naar de letter en een Jood naar de geest (2:28,29).

Verhardt de Heere ook harten van “christenen”?

Zingen: Ps. 95:4

Pdf maken (via Printen)