LEZEN: 2 Kon. 11: 1-21: … Joas was zeven jaar toen hij koning werd.
Nadat Jehu Ahazia op 22-jarige leeftijd heeft omgebracht wil Athalia, dochter van Izebel en vrouw van Ahazia, als wraak alle familieleden van Ahazia ombrengen waaronder kinderen die nog jong zijn. Daarmee zou heel het nageslacht van David uitgemoord worden!
In 2 Kron. 22 staat dat Athalia zelf nog zes jaar regeert. Zij zorgt ervoor dat er in Jeruzalem een tempel voor Baäl komt. Het satanische plan om alle kinderen, waaronder de één-jarige Joas, te vermoorden, wordt verijdeld. De vrouw van de hogepriester Jojada, Joseba, een tante van Joas, brengt de kleine jongen naar de tempel waar hij verborgen wordt gehouden.
Na zes jaar sluit Jojada een verbond met de bevelhebbers van de lijfwacht en de koninklijke elitetroepen. De schatting is dat zij aan het hoofd staan van zo’n 500 man. De jongen is dan kennelijk oud genoeg bevonden om hem aan het volk voor te stellen als wettige troonopvolger. Ook zal de regering van Athalia reden voor verzet hebben opgeleverd.
Al met al blijft het een moedige geloofsdaad van Jojada, waarbij hij zijn leven en dat van de bevelhebbers riskeert. Maar hij doet dit in het vast vertrouwen dat de HEERE hem en de anderen nabij zal zijn. Er wordt een strategisch plan gemaakt met een driedeling van de manschappen.
In 2 Kron. 23 staat dat ook de Levieten uit alle steden van Juda en de familiehoofden van Israël bij het verbond betrokken worden. Ook zij krijgen instructies om tijdens de sabbat hun dienst te doen en zich rond de jonge Joas te verzamelen. Zo is er een veilige situatie waarin de kroning van Joas plaatsvindt.
Joas, die zich in de voorhal van de tempel bevindt, wordt naar buiten gebracht bij één van de zuilen Boaz en Jachin. De koninklijke diadeem wordt op zijn hoofd gezet; hij krijgt de getuigenis (Gods wet) in handen en wordt tot koning gezalfd en vervolgens toegejuicht als de nieuwe koning.
Alles verloopt volgens plan onder de zegen van de HEERE. Athalia wordt opgepakt en buiten de tempel gedood. Het volk is blij.
Wat moet een koning met Gods wet?
Zingen: Ps. 12:3,5
