LEZEN: Jona 4:4: Maar de HEERE zei: Bent u terecht in woede onstoken?
Als antwoord op Jona’s felle klacht stelt de HEERE Jona een beslissende vraagBent u terecht in woede ontstoken? Opnieuw toont de HEERE geduld en wil Hij hem tot nadenken bewegen.
Jona heeft zelf in vers 2 al een zuivere beschrijving gegeven van God met een aanhaling van Gods heerlijke Zelfopenbaring aan Mozes, toen Hij hem voorbijging op de Horeb (Ex. 34:6): “Genadig, barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid”. Beseft Jona eigenlijk wel wat hij daarmee heeft uitgesproken? Gods genade houdt toch in dat Hij Zich in Zijn goddelijke onverdiende gunst neerbuigt naar allen die schuldig zijn, maar over wie Hij Zich wil ontfermen?
Barmhartig wil zeggen dat Hij goed doet aan allen die Zijn hulp zoeken. Lankmoedig betekent letterlijk dat Hij maar langzaam tot toorn komt. Hij toont veel geduld aan de mensen om hen de gelegenheid te geven alsnog tot bekering te komen. Deze lankmoedigheid toont Hij niet alleen aan Zijn volk maar aan alle mensen. Want Hij wil dat niet één van de Zijnen verloren gaat (2 Petr. 3:9). Tenslotte is de HEERE daarbij ook rijk aan goedertierenheid. Dat houdt in dat Zijn trouwe liefdevolle goedgunstigheid geen grenzen kent. Gods goedertierenheid overweldigt ieder die dit mag ontvangen, en duurt voor Zijn kinderen eeuwig.
Heeft de HEERE dit alles al niet rijkelijk bewezen aan Zijn volk door de eeuwen heen, zonder enige verdienste van hun kant? Onlangs heeft Jona dit zelf ervaren toen God hem redde van zijn verdiende straf in de zee en in de vis. En daarna nam Hij hem zelfs weer in dienst. Heeft Jona dat alles nu nog niet begrepen?
Gods almachtige en genadige liefde schenkt Hij toch aan wie Hij wil (Rom. 9: 14-16)? Vrijmachtig, soeverein. Jona zelf was daarin tot teken geweest voor de Ninevieten (Luk. 11:30).
Heeft God niet het recht om met goddelijk berouw te reageren op de daden van de mens (vgl. Gen.6:6; Ex. 32:14; 1 Sam. 15:11; 2 Sam. 24:16)? De Ninevieten hebben het begrepen, maar Jona zelf niet. Ook nu toont God nog Zijn genade aan Jona. Hij gaat hem onderwijzen.
Is het ieders taak mensen tot bekering te roepen?
Zingen: Ps. 136:1,2
