Als gereformeerde gelovige weet je je onderworpen aan Gods Woord en gebonden aan de belijdenisgeschriften. Je ben lid van de kerk van Christus en je wil laten zien dat je als christen Christus als Leidsman volgt en God wil dienen in je leven. Dat betekent uiteraard niet dat je volmaakt bent. Verre van. Je zult steeds je zonden hebben te ontdekken en te belijden om er vergeving voor te vragen. Ook zul je je bewust dienen te zijn dat het genade is dat je mag geloven en lid van de kerk mag zijn. Dat zorgt voor dankbaarheid aan de Heere en voorkomt hoogmoed.
Zelfbeproeving
Tegelijk betekent gereformeerd zijn dat je je steeds weer hebt te beproeven aan Gods Woord en de belijdenis. Leef ik ook als waar christen en getuigt mijn handelen van mijn gereformeerd zijn? Dat betreft ook de kerk: ben ik daar waar Christus mij roept?
Er zal in je eigen leven steeds weer bekering nodig blijken en doorgaande reformatie.
Omdat je in de gemeenschap der heiligen leeft zul je ook elkaar daarop aanspreken, elkaar aanmoedigen, opbouwen en als het nodig is terechtwijzen. Dat hoort broederlijk te gebeuren. Dat hoort bij het gereformeerd zijn. Ook als kerk heb je je steeds te beproeven aan Gods Woord. Ecclesia reformata semper reformanda: de gereformeerde kerk behoort zich steeds weer te reformeren.
Het kan zijn dat mensen binnen of buiten de kerk je als gereformeerde op een manier neerzetten, die te denken geeft. Je kunt dan direct in de tegenaanval gaan. Maar het is beter om je eerst af te vragen in hoeverre je daar – bewust of onbewust – aanleiding toe hebt gegeven. Dat geldt zelfs voor de gevallen dat je denkt ten onrechte een etiket opgeplakt te krijgen. Het vraagt zelfbeheersing (in de Bijbel ook wel bezonnenheid genoemd) om daarop goed en wijs te kunnen reageren.
Kritiek en lijden
We noemen hieronder een aantal kwalificaties die gebruikt worden om het gereformeerd zijn zoals we dat hebben beschreven in de voorgaande afleveringen, te bekritiseren. Kritiek is op zichzelf niet persé negatief. Je kunt er vaak van leren. Daarnaast kan het zijn dat gereformeerden minder gereformeerd leven dan ze behoren te doen. Ook dat kan voorwerp van kritiek zijn, die je zeker niet bij voorbaat moet afslaan.
Tenslotte, we leven in een wereld waarin we als kerk en gelovige lijden moet ondergaan. Daar horen ook valse beschuldigingen bij. We zullen ons daarbij moeten realiseren dat mensen buiten de kerk zich gemakkelijk kunnen stoten aan zaken die de Heere vraagt in onze dienst aan Hem. Bijvoorbeeld de zondagsheiliging, het onderscheid tussen man en vrouw, het huwelijk als instelling van God, de bescherming van het ongeboren leven, en het door God bepaalde levenseinde. Een heel actueel voorbeeld is het denken van autonome vrijheid en absolute gelijkheid dat zich steeds meer opdringt. Als gereformeerde kun je door meerderen al snel gezien worden als tegenstander van inclusiviteitsdenken en daarom als gevaar voor de samenleving.
Etiketten
Perfectionistisch of Farizeïsch?
Je hoort wel dat de manier waarop gereformeerden de belijdenis gebruiken en de kerkorde handhaven anderen afstoot, die nog niet zover zijn, andere accenten leggen, of gewoon meer ruimte willen. Vooral de Heidelbergse Catechismus moet het ontgelden. Moet alles zo uitgeplozen worden zoals bijvoorbeeld in de eerste 6 zondagen over het Middelaarschap van Christus, kan de jeugd dit nog wel opbrengen? Maar daarbij verliest met uit het oog dat daar heel Gods Woord betrekking op heeft.
Anderen wijzen op de rol van Gods wet in ons leven. Dat is zo benauwend, verstandelijk en wetticistisch. Ze zouden daarin gelijk hebben als wij daarmee onze zaligheid denken te verdienen en als de liefde tot God en de naaste uit het oog wordt verloren. Maar God gaf Zijn wet juist aan ons ten behoeve van onze liefde tot God en onze naaste.
Bovendien vergeet men dat het God is Die met ons in het Verbond wil leven met Zijn beloften en eisen. Die eisen geven aan hoe wij Hem en onze naaste onze liefde tonen.
Van die eisen mogen we niets afdoen, net als van het overige van Zijn Woord. Christus heeft ook de wet gehandhaafd. Hij houdt ons Zelf voor: “weest u dan volmaakt zoals mijn Vader volmaakt is.”, Matt. 5:48. Steeds is er Gods eis: “wees heilig, want Ik ben heilig” (1 Petr. 1:15).
Nee, wij zijn niet volmaakt, dat is ons zondig onvermogen. Wij kunnen alleen van genade leven. Als Gods wet ons scherp gepreekt wordt, heeft dit tot doel dat we onze zonden ontdekken en verlangen naar de vergeving ervan en bidden om de genade van de Geest om in ons leven God te behagen (HC zondag 44). Bij dat alles dienen we zachtmoedig te zijn als we anderen zien afwijken. Gods Woord houden zonder liefde tot Hem en de naaste, strijdt met elkaar. Laten we ons beproeven of we dit ook zo in praktijk brengen.
Daarnaast moet opgemerkt worden dat Gods Woord vraagt dat we alles daarin als waarheid aanvaarden en elke dwaling die ertegen ingaat, bestrijden. Dat we “alles wat in strijd is met Gods Woord verwerpen” (art. 7 en 29 NGB). Dat is geen hoogmoed, alsof je jezelf beter voelt dan de ander, maar is gevolg geven aan de eis van God: wees heilig, want Ik ben heilig. 1 Joh. 4:1 zegt: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.“
Bekrompen, ouderwets
Als de etiketten “ouderwets” en “bekrompen” te maken hebben met een levensstijl die aansluit bij Gods Woord en waarmee we God willen behagen, zullen we ons daar maar niet teveel aan moeten stoten. Natuurlijk kan er reden zijn om gewoontes die niet betrekking hebben op Gods Woord aan te passen. Maar anders geldt hier net als bij andere onterechte beschuldigingen of stigma’s , het woord van 1 Petr. 4:13-16 over het lijden als christen:
Verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt met het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan, dan bent u zalig ….
Daarbij hoort wel de waarschuwing:
Maar laat niemand van u lijden als een moordenaar of dief, of kwaaddoener, of als iemand die zich met zaken van iemand anders bemoeit.
(wordt vervolgd)
