LEZEN: Hebr. 2:11-18
Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen. – Hebr. 2:17
Christus maakt de kinderen die God Hem heeft gegeven, tot Zijn broeders. God de Vader gaf hen al aan Hem in Gods vredesraad. Dat krijgt zijn uitwerking als Christus op aarde komt. Hij heiligt deze kinderen door Zijn verzoening aan het kruis en maakt ze tot het huisgezin van God. Nu zijn ze samen met Hem één familie.
Daarvoor nam Christus eerst vlees en bloed aan waardoor Hij in alles aan Zijn broeders gelijk werd. Zo kon Hij hun zonden in hun plaats dragen. Zo zijn zij Gods aangenomen kinderen, die als erfgenamen mogen delen in de zaligheid die Hij voor hen heeft verdiend.
Daarvoor was ook nodig dat Christus door zijn sterven de duivel overwon en over de dood triomfeerde. Hij verloste hen allen van de slavernij van de doodsmacht en daarmee van de angst voor de dood.
De eenheid die Christus tot stand brengt met Zijn kinderen berust op Zijn verzoenende heiliging. Deze heiliging gaat als werk van Zijn Geest heel hun leven door, omdat de oude mens in hen nog actief is (Rom. 7).
Het heerlijke gevolg is dat de Heere Jezus ons als Zijn broeders en zusters in alles te hulp komt. Hij is voor ons een barmhartig en trouw Hogepriester. Hij ontfermt Zich over ons door ons te bewaren bij de verlossing die Hij voor ons heeft verkregen. Hij is onze Hogepriester, onze Verzoener en Voorspraak die bij Vader voor ons pleit op Zijn gebrachte offer. Hij is daarin trouw: Hij zet dit voort tot het einde toe.
Juist in aangelegenheden tussen God en ons komt Hij te hulp. Dat betreft ook alle verzoekingen die we als gelovigen op aarde meemaken. Hij voelt daarin met ons mee. Want Hij weet uit ervaring wat wij van de kant van de duivel hebben te doorstaan. Hij heeft daaronder Zelf geleden zonder te zondigen (zoals in de woestijn, in Gethsemané en aan het kruis). Wat een rust en zekerheid geeft Hij ons daarmee!
Waarom geeft het meevoelen van Christus ons rust?
Zingen: Gez. 22:1
