LEZEN: Openb. 2:20-25: Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel … ongemoeid haar gang laat gaan om … te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. … maar zij heeft zich niet bekeerd. … En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten, dat Ik het ben die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven eenieder naar uw werken. Maar Ik zeg tegen u … voorzover … zij de diepten van de satan niet hebben leren kennen: … Houd vast wat u hebt totdat Ik kom.
Christus signaleert een ernstig kwaad dat in deze kerk getolereerd wordt en de hele gemeente bedreigt: Zijn dienstknechten worden verleid door een vrouw die aangeduid wordt met Izebel. Ze lijkt op de goddeloze vrouw van Achab, die Israël overspelig Baäl en Asjera liet dienen. Een groot aantal van de trouwe profeten liet zij doden. De vrouw in Tyatira is net zo bedorven.
Ze is een aanhangster van de leer van de Nicolaiëten, die leren dat je als christen wel aan wereldse genietingen kan deelnemen. Dat je open moet staan voor wat de wereld te bieden heeft. Deze Izebel propageert haar leer onder het mom een profetes te zijn. Knechten van de Heere, oprechte kerkleden, worden verleid om mee te doen met afgoderij en hoererij door haar misleidende woorden: ‘Laat ze de diepten van satan maar leren kennen.’
Christus waarschuwt speciaal de voorganger: Ik heb tegen u, dat u die vrouw Izebel laat begaan. Dat geldt zowel de kerkenraad als de gemeente. De tucht is nagelaten. Christus spreek alle gemeenten aan (vs. 23): Hij oordeelt naar ieders werk!
Hoe dichtbij komt deze waarschuwing voor ons. De wereld met haar begeerten komt elke dag naar ons en onze kinderen toe via allerlei beeldschermen. Zien wij dat we daarmee Christus tegenstaan en met onze kinderen kans lopen om onder Christus’ oordeel te komen? Of maken we onszelf wijs dat we daar wel tegen kunnen?
Laten ook wij bedenken dat Christus alles ziet. Dit vraagt ook van ons bekering. Laten ook wij vasthouden, wat wij in Hem hebben en Hem niet verloochenen!
Beseffen we dat Christus ons hele innerlijk kent?
Zingen: Ps. 119:38,48
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
