Gereformeerde gezindte, voor of tegen ware eenheid – 6

Dr. P. van Gurp 1992

Dr. P. van Gurp schreef in het begin van de jaren negentig uitvoerig over de ‘gereformeerde gezindte’ in het blad Reformanda.  Er was in de Gereformeerde Kerken (vrijgem.) in die tijd al veel in beweging met de interkerkelijke koers van het Nederlands Dagblad, het Gereformeerd Politiek Verbond en andere gereformeerde organisaties. De verontrusting over deze koers en de noodzaak van goede toerusting waren belangrijke motieven voor het oprichten van de stichting Woord en Wereld, die vanaf 1986 meerdere cahiers per jaar uitgaf. Dezelfde motieven lagen ten grondslag aan de uitgave van het familieblad Reformanda van de gelijknamige vereniging, dat wekelijks verscheen.

In de tweede jaargang schreef dr. Van Gurp uitvoerig over de ‘gereformeerde gezindte’ waarbij hij Ds. J. Kok uit Veenendaal uitgebreid citeert (Reformanda 2e jaargang, no. 6 en 7, resp. 27 maart en 10 april 1992). Ik laat dr. Van Gurp aan het woord in drie artikelen van onze serie. 

 

ZEGGEN EN DOEN (1)

P. van Gurp

 

Gezindte of kerk?

Ds. Kok heeft in het Gereformeerd Kerkblad voor het Midden op 12 februari 1983 een artikel gepubliceerd Gezindte of Kerk. U ziet: het zijn dezelfde vragen als die ons nu bezig houden. Het kon voor vandaag geschreven zijn. Je wordt soms haast moedeloos, dat telkens en telkens weer dezelfde dingen gezegd moeten worden. Hij schreef dat het ideaal van de gereformeerde gezindte weer helemaal in is. Al lukt het dan niet (ook toen al) om kerkelijk één te worden, men zegt dan, dat er toch iets is dat ons over de kerkmuren heen verbindt: wij zijn gereformeerd gezind, orthodox in de leer, behoudend in de levensstijl, geestelijk één. Laat ons dan die eenheid beleven in het koninkrijk van God.

En men redeneert dan verder:

Waarom elkaar niet de hand gereikt en samengewerkt op het gebied van opvoeding en politiek, in de school en in de pers? Waarom geen bondgenootschap aangegaan met geestelijk verwante partijen in een ‘kleinrechts’ blok? Waarom de confessionele journalistiek niet gebundeld voor een gezindteblad dat er mag zijn? Zal de zegen niet groot wezen?

Ds. Kok liet zien dat er niets nieuws onder de zon is. Hij vertelde uit de geschiedenis van de vorige eeuw het verhaal van de Christelijke Vrienden, leden van verschillende kerkgenootschappen, die samen de belangen van het koninkrijk van God wilden behartigen. Zij hadden regelmatig en intens contact met elkaar, onder meer om het christelijk onderwijs te bevorderen, de christelijke lectuur en de christelijke politiek. Over de christelijke KERK echter werd niet of nauwelijks gesproken. dat onderwerp was te pijnlijk. Het zou de samenwerking in gevaar brengen.

De Vrienden vatten vervolgens het plan op om samen een interkerkelijk seminarie te stichten, een opleiding voor predikanten voor de verschillende kerkgenootschappen. Daarmee, zo dacht men, zou de hele gereformeerde gezindte geholpen zijn.

Dat plan heeft echter schipbreuk geleden. De afgescheiden dominee Brummelkamp, die ook tot deze kring behoorde, zag in dat het toch zó niet kon.

Zijn oog ging open voor de verleiding van de gereformeerde gezindte. Zij werkt een valse gerustheid in de hand. Zij is een struikelblok op de weg van de concrete gehoorzaamheid. Zij belemmert de verstrooide gelovigen rechte kerkpaden te maken voor hun God. Zij staat Christus tegen in zijn drang naar kerkelijke reformatie, in zijn begeren naar de saamvergadering van alle ware christgelovigen.

Ds. Kok verbindt aan zijn verhaal de waarschuwing dat we de les van de geschiedenis niet mogen verwaarlozen.

De gereformeerde gezindte, als door mensen gecreëerde grootheid naast en tegenover en boven de kerk, is een strik. Zij verleidt ons de kerk te laten verdringen van de unieke plaats, door God haar toegewezen. Zij negeert de roeping der gelovigen, waarvan sprake is in artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Zij loopt het risico van schade te berokkenen aan de formatie en reformatie van Christus’ kerk. Het is zaak vandaag de dag deze strik te onderkennen en geloofskeuzen te maken met de hand op Psalm 137: Indien ik u vergete, o Jerusalem, zo vergete (mij) mijn rechterhand.

 

De vruchten van de Geest buiten de Kerk

Dr. A.N. Hendriks heeft toen gereageerd op het artikel van ds. Kok. Hij zegt eerst dat hij van harte instemt met de waarschuwing van ds. Kok voor het gevaar van een gereformeerde gezindte idee.

Ook dr. Hendriks verwerpt die idee hartgrondig, schrijft hij. Maar hij stelt dan wel de vraag:

hoe moeten wij de vruchten van het geloof, die wij bij christenen buiten de kerk opmerken, taxeren? In welk licht moeten wij de geloofsgehoorzaam-heid zien, die wij op vele punten nog bij hem mogen constateren?

En verder:

De moeilijke vraag, waarvoor wij staan, is mijns inziens deze: kan er voor beperkte doeleinden en op bepaalde punten van enige samenwerking met gelovigen buiten onze kring sprake zijn? Mogen wij iets doen met de herkenning van de vruchten van de Geest buiten onze kring?

Wanneer er burgers van het rijk buiten de kerk zijn, is het dan geoorloofd om onder bepaalde omstandigheden iets samen met hen te doen? Is voor elke vorm samenwerking de eenheid van dezelfde avondmaalstafel een absolute vereiste?

Dr. Hendriks voegde er aan toe:

Ik wil graag onderstrepen dat de beantwoording van deze vraag nooit tekort zal mogen doen aan de centrale positie van de kerk met haar prediking voor de komst van het rijk.

In de interessante en leerzame discussie, die toen volgde, ging het vooral over de vraag van het werk van de Heilige Geest buiten de kerk. En ook over de herkenning van gelovigen buiten de kerk.

 

Groeiende herkenning?

Ook hier is weer te zien, dat het er wel op lijkt dat je alle discussie telkens weer opnieuw moet voeren. Niet alleen in 1983 is er al uitvoerig gediscussieerd over die herkenning van gelovigen buiten de kerk, maar al veel eerder. Ds. Kok noemde uit de geschiedenis een duidelijk voorbeeld daarvan uit de vorige eeuw.

Toch wordt ook nu weer dat argument gebruikt om een nieuwe koers te rechtvaardigen. We hebben in de rubriek ACTUEEL er al op gewezen, dat Drs. J.P. de Vries spreekt van ‘een groeiende herkenning onder leden van verschillende kerken’. Dat kan betekenen dat deze mensen gaan inzien dat het gereformeerde leven bewaard en ontwikkeld wordt juist in de kring van de Gereformeerde Kerken. Een herkenning door mensen van buiten de kerk.

Je zou het ook zo kunnen lezen, dat er bedoeld wordt dat wij, kerkleden, in mensen die buiten de kerk staan, het werk van de Geest herkennen. Dat standpunt wordt bijvoorbeeld in De Reformatie door Drs. de Ruijter verdedigd. Hij zegt zelfs kerkelijke trouw te zien bij mensen buiten de kerk. En Drs. J.P. de Vries zegt bij zulke mensen te zien een ‘voluit ernst willen maken met de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis’.

Is dat echt iets nieuws? Is dat echt iets, waarvan we nu zeggen: hé, dat valt ons nu op, dat wordt nu steeds duidelijker, daar moeten we iets mee doen! Ik weet dat er zo wel geredeneerd wordt.

Dan hoor je deze geluiden: Er is toch nog zóveel echt geloof buiten de kerk, dat we daar wat mee moeten doen. We merken dat nu pas en dat werd wel tijd ook! Gelukkig dat de ramen van de kerk wat opengezet worden.

Het is nog maar een klein begin, maar we beginnen dan toch eindelijk naar buiten te kijken. Wat zaten we toch opgesloten in een muf kerkzaaltje, waarvan ramen en deuren potdicht zaten. We zagen niets van het werk van de Geest buiten de kerk. Maar nu wordt dan alles anders!

Er is een groeiende herkenning. En daarom naar de EO, daarom een nieuwe koers voor het ND, met journalisten van buiten de kerk, daarom ook een nieuwe koers voor gereformeerde organisaties.

Toch is dit heel oppervlakkig geredeneer. Wie zo praat, vergeet wat er in het verleden gebeurd is.

Toen het GPV opgericht werd, kort na de Vrijmaking, waren de synodale kerken nog lang niet zover afgedwaald als vandaag. En er waren in die kerken nog heel wat verontrusten. Gelovigen buiten de kerk. En wat te denken van de Christelijke Gereformeerden? Die hadden in die tijd nog niet zoveel te stellen met de moderne stroming in hun kerken, die nu steeds sterker wordt. Ook ten aanzien van de Christelijke Gereformeerden kon je toen zeggen: gelovigen buiten de kerk.

Heeft men toen gezegd: we zien zoveel gelovigen buiten de kerk, daarom moeten we een politieke partij vormen, die ook voor de gelovigen buiten de kerk openstaat? Geen sprake van.

Men stelde toen heel duidelijk, dat dat werken aan gereformeerde politiek gebonden is aan het lid zijn van de kerk. En zei men toen: er zijn zoveel gelovigen buiten de kerk, ‘die voluit ernst willen maken met de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis’, en daarom moet het Gereformeerd Gezinsblad (in wording) voor hen een functie vervullen? En zei men toen dat er daarom journalisten van buiten de kerk aan de krant moesten worden verbonden? Geen sprake van.

Waarom dan nu dat gepraat over ‘groeiende herkenning’ en daarom een nieuwe koers? 

We kunnen nog een stap verder gaan. Ds. Kok liet ons zien uit de vorige eeuw hoe er een samenwerking op gang kwam tussen gelovigen uit verschillende kerkgenootschappen. En toch brak ook daar het gezonde nuchtere verstand door. Ook toen overwon het geloofsinzicht, dat je niet ter wille van de samenwerking de kerk erbuiten kunt laten. Dat juist die gedachte van ‘eendracht maakt macht’ een verzoeking is om dan maar over de kerk te zwijgen.

Hoe komt het toch dat er steeds meer gevaren wordt in een nieuwe koers? Het ND voorop. Inderdaad, waarin een kleine krant groot kan zijn. Maar ook een groot gevaar kan zijn. Elke dag bij zóveel kerkleden. Altijd maar weer hetzelfde aan de orde stellen. De gestadige druppel holt dan wel de hardste steen uit.

We moeten er zeker rekening mee houden, dat we hier te doen hebben met een oordeelsverzwakking. Dat betekent, dat de mensen van de nieuwe koers het gezonde nuchtere oordeel zijn kwijtgeraakt.

We zullen in REFORMANDA met onze bescheiden middelen en op onze bescheiden plaats toch proberen de rechte koers te blijven wijzen.

(Wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)