LEZEN: Rom. 8:15-25
Op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE, dat Ik zal verhoren. Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren. Dan zal de aarde het koren, de nieuwe wijn en de olie verhoren, en die zullen Jizreël verhoren. En Ik zal haar voor Mij in de aarde zaaien en Mij ontfermen over Lo-Ruchama. Ik zal zeggen tegen Lo-Ammi: U bent Mijn volk, en hij zal zeggen: Mijn God! – Hos. 2:20-22
De HEERE brengt door Zijn Zoon een keer in alle door de zonde bedorven verbondsverhoudingen door Zijn genadige Verbondszegen. Alles zal door Gods ingrijpen van genade en recht anders worden, geheel vernieuwd. Dat geldt de mensen van het verbond, dat geldt zelfs voor heel de Schepping (Rom. 8:21). Mens en schepping die zuchten tot God zal Hij verhoren.
Hosea betrekt dit herstel op dat waarover Gods vloek is komen te liggen door zonde en trouwbreuk, zoals Hij dat in het voorafgaande aanwijst. Spreekt Hij in 2:8 van het weghalen van koren, nieuwe wijn en olie als tekenen van welvaart en voorspoed, nu zal Hij dit laten terugkeren. Wordt Jizreël in 1:4 de plaats voor bloedige gevechten, nu zal daar rust en vrede terugkeren.
Maar vooral duidt het aan dat God Zijn volk zal zaaien (zie 1:11) zodat het kan genieten van alle zegeningen die de HEERE haar in Zijn verbond geeft: voedsel, vruchtbaarheid, regen.
De HEERE schenkt dit alles aan Zijn volk als genadegaven. Heeft de HEERE Zijn volk eerst Lo-Ruchama en Lo-Ammi genoemd vanwege de volharding in zonde en afval, nu schenkt Hij het in genade Zijn liefde en ontferming weer. Dat alles geldt niet alleen voor het verbondsvolk van het oude testament maar ook voor de heidenen die daaraan na Pinksteren zijn toegevoegd (1 Petr. 2:9,10).
Dan kan door Gods genade ook het gelovig antwoord van de Bruid zijn: Mijn God! Dit antwoord is de liefdesuiting van de kant van de bruid tot God als haar Maker en Man (Jes. 54:5).
In welk opzicht weet je je hier zelf aangesproken?
Zingen: Ps. 90:8
