De Kerk – zaak van geloof I

Weer de kerk ………
Weer over de kerk? Is daar nog niet genoeg over geschreven? Dat weten we nu toch wel?
De vraag is of we het inderdaad weten. Juist als het gaat over de kerk is satan actief. Juist als het gaat om de kerk probeert hij ons af te leiden en weg te trekken naar menselijke meningen en gevoelens. In de kerkgeschiedenis zijn daar heel veel voorbeelden van. We zien die afleiding en vèrleiding ook vandaag. Wat is de kerk? Wáár is de kerk? Hoe kies ik “een” kerk? Ja, kan ik eigenlijk wel kiezen? Kunnen we wel spreken over “kerkkeus”? Kun je spreken over meerdere kerken naast elkaar?

Actueel
De zaak van de kerk is en blijft altijd actueel. “Wat gelooft u van de heilige, algemene, christelijke kerk?”. De bekende vraag uit Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus.
Die vraag speelde een belangrijke rol in de besluitvorming op de Generale Synode van Lutten over onze zusterkerkrelatie met de LRCA te Abbotsford. In de besluitvorming en de contacten over de hereniging met de GKN. In de besluitvorming m.b.t. het voorgaan van onze predikanten in de gemeenten te Bunschoten-Spakenburg en Katwijk. Niet altijd zo duidelijk uitgesproken maar wel nadrukkelijk aanwezig. Altijd onderliggend.
Die vraag speelt vaak ook, soms uitgesproken, soms niet benoemd maar wel onderliggend, bij discussies op de classes, kerkenraden en verenigingen. Bij onze omgang met “anders-kerkelijken” (Rare uitdrukking, het is kerk of geen kerk, mensen zijn kerkelijken of niet-kerkelijken, toch?) Steeds opnieuw. Sommigen willen het daar niet steeds over hebben. Maar we kunnen er niet omheen.
Het gelóven van de kerk is fundamenteel.
Het is voor ons, in eigen gemeente en in het kerkverband, van levensbelang dat we ons steeds blijven realiseren wat Schrift en belijdenis ons leren over de kerk.
Daarom willen we in enkele artikelen nagaan wat belijdenis en Schrift ons zeggen over de Kerk. Wat de HEERE ons daarover gezegd heeft. En waar de afdwaling van Gods Woord dreigt.

Voorzichtig!
Het begrip “kerk” komt van een woord dat letterlijk betekent: van de Heere. De kerk is de vergadering die het eigendom is van de Heere. Dat moet ons zeer voorzichtig maken. In die zin dat we niet zomaar gemakkelijk van alles over de kerk kunnen menen en denken. En bijvoorbeeld ons kerkelijk handelen laten leiden door gevoel of eigen inzichten.
Nee, die voorzichtigheid moet er toe leiden dat we steeds opnieuw nauwkeurig nagaan wat de Heere zelf in zijn Woord over de kerk geopenbaard heeft. En daar willen en mogen we niet van afwijken.
De kerk is geen spel. Geen middelmatige zaak. De kerk is ook geen zaak van eigen vrije keuze. We mogen en kunnen met de kerk niet gemakkelijk omgaan. De kerk is een deel van ons gelóóf. Niet een zaak van: hier voel ik me het beste thuis. Of: deze kerk sluit het beste aan bij wat ik belangrijk vind in een kerk. Of: ik zie meerdere kerkgenootschappen die zich aan Gods Woord willen houden en ik kies die gemeente, die mij het beste lijkt.
Nee!
De vraag naar de kerk en het antwoord op die vraag bestaat in eenvoudig gehóórzaam luisteren naar wat de HEERE vraagt in het Verbond. Ja, een zaak dus van gelóóf. En niet van eigen mening of gevoel.

Van alle eeuwen
Waar komt ons belijden over de kerk vandaan?
Gods Woord leert ons wat en waar de kerk is. Vooral in de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden we uitvoerig wat de Bijbel leert over de kerk. De opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Guido de Brès, kon voor de opstelling van de belijdenis gebruik maken van het werk van Johannes Calvijn. Guido de Brès heeft onderwijs gehad van leerlingen van Calvijn maar ook van Calvijn zelf. En Calvijn heeft weer mogen bouwen op het werk van een groot aantal voorgangers, o.a. de bekende Augustinus, uit de kerk van de eerste eeuwen. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat dit ook duidelijk zichtbaar is. Er lopen rechte lijnen van de geschriften van de “kerkvaders” uit de eerste eeuwen naar de Institutie van Calvijn en naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis. En dat zelfde werk van Calvijn was actueel in de tijd van de afscheiding. In de jaren dertig van de vorige eeuw. In de jaren voor en ten tijde van onze eigen vrijmaking in 2003 en volgende jaren. Tot vandaag.  Met recht spreken we dan ook, als het gaat over de kerk,  over het belijden van de kerk van alle eeuwen!

Institutie
Het werk van Calvijn is van grote betekenis geweest voor onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. En voor de leer van de kerk. Voor de vraag hoe en wat we moeten geloven over de kerk, ook vandáág.
Calvijn heeft de resultaten van zijn studie neergelegd in de “Institutie”. Nog altijd een onovertroffen overzicht van de christelijke geloofsleer. Wat Calvijn in die “Institutie” zegt is vandaag nog even actueel als in 1559. En ook voor ons heel goed leesbaar. Daarom zullen we straks uitvoerig citeren uit wat Calvijn over de kerk zegt. We gebruiken daarvoor de heel goed leesbare vertaling van dr. C.A. de Niet, uitgegeven in 2009. Calvijn geeft veel schriftbewijs. Zijn schrijven is in onze “anti-leestijd”, in onze tijd van snelle, hapklare informatie via social media, misschien niet altijd eenvoudig te lezen. Het vraagt wat inspanning, wat studie. Maar dat mag toch? We mogen, ja, móeten toch studeren als we willen weten wat de Heere van ons vraagt? Dat màg toch wat inspanning kosten? Maar dan is het ook de moeite waard. We gebruiken dan ook o.a. wat Calvijn door Gods genade de gereformeerde kerken mocht leren.

Geloof
Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk”. Ik gelóóf de kerk. We hebben dat al eerder opgemerkt. De kerk is een geloofszaak. Net als bijv. alle andere zaken die we belijden in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Net zoals ik geloof dat God de Schepper is van Hemel en aarde. Net zoals ik geloof de vergeving van de zonden.
Het is belangrijk om daar goed over na te denken. Wij geloven dat onze God een drie-enig God is. Wij geloven dat de Bijbel het Woord van God is, door de Heilige Geest ingegeven. Wij geloven dat onze Heere Christus voor onze zonden heeft geleden en is gestorven aan het kruis. Wij geloven dat wij door Christus’ opstanding zijn bevrijd van de dood en delen zullen in het eeuwige leven. Wij geloven dat we opgenomen zijn in het Verbond en alle weldaden van dat Verbond mogen genieten.
Nu, zó gelóven we ook de kerk. We geloven, zo spreken we uit in de Heidelbergse Catechismus, Zondag 21, antw. 54: ”Dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof.”

(wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)