LEZEN: Jes. 8:16-22
Bind het getuigenis toe! Verzegel de wet onder mijn leerlingen! Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft … Ik zal de HEERE verwachten … Terug naar de wet en het getuigenis! Als zij niet overeenkomstig dit woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn. – Jes. 8:16-20
Jesaja krijgt van God de opdracht om zich met wet en evangelie in de kring van zijn volgelingen terug te trekken. Wat hij als profeet over Gods Woord te verkondigen en onderwijzen heeft, is voortaan uitsluitend bestemd voor die kleine kring en niet meer voor het brede volk.
Het betekent dat God Zijn aangezicht verbergt voor heel het huis van Jakob (vs. 17). Dat is een ongekende straf voor het volk. Zij hebben zich van de HEERE afgekeerd. Ze hebben al Zijn beloften, die Jesaja heeft laten horen, afgewezen. Ze blijven hun heil zoeken bij heidenen en leven hun eigen leven in schijnvroomheid.
Voor Jesaja en zijn volgelingen betekent dat isolement dat God hen Zelf oplegt. Jesaja wist bij zijn roeping al dat het volk niet naar hem zou luisteren, maar zich zou verharden (6:9,10). Ze hebben de Immanuelbelofte (God met ons!) na vele oproepen afgewezen; nu vindt de HEERE het genoeg. Hij trekt nu Zelf Zijn Woord en het begrijpen ervan actief terug. Hij laat het volk over aan hun eigen dwaalwegen. Het enige dat voor hen overblijft is dat ze Jesaja en Zijn kinderen als wondertekenen kunnen zien (vs.18). Ze worden nog aangesproken door hun betekenisvolle namen.
Alleen de enkele gelovigen onder het volk zullen dit begrijpen en aannemen. Jesaja en zijn volgelingen vinden in het isolement hun kracht: zij blijven het van de HEERE verwachten: eens zal het beloofde heil komen. Jesaja is daarin type van Christus (Hebr. 2:13). De kleine kring krijgt een diepe les: zoek het niet bij waarzeggers en dodenbezweerders zoals het volk doet. God wil erkend en geëerd worden als de God Die op de Sion woont (vs.18.19).
Voor wie niet met Hem en bij Zijn Woord leeft en alles van Hem verwacht, blijft alleen angstaanjagende duisternis over (vs.20-22).
Kun je de kerk vergelijken met de kring van Jesaja?
Zingen: 40:7
