We hebben gezien dat we een zaak als het vrouwenstemrecht niet moeten beoordelen vanuit het menselijke denken in rechten maar vanuit wat de Bijbel leert over roeping. En dan kunnen we concluderen dat man en vrouw in de kerk volkomen gelijkwaardig zijn in Christus maar dat ze niet gelijk zijn in roeping.
Scheppingsorde
Dat sluit helemaal aan bij de scheppingsorde.
De scheppingsorde is de vaste structuur die de HEERE in de schepping heeft aangebracht. Die scheppingsorde is door de zondeval niet veranderd. Dat is belangrijk om vast te stellen. De Heere Christus verwijst in zijn onderwijs zelf naar die scheppingsorde, in het Nieuwe Testament. Bijv. in Mattheüs 19: 1-12, waar het gaat over het verstoten van een vrouw door haar man. “Hij zei tegen hen: Mozes heeft vanwege de hardheid van uw hart u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest.” (Matt. 19: 8). Van het begin af ….. Dat is vanaf de schepping.
Ook de apostel Paulus verwijst naar de scheppingsorde. In verband met ons onderwerp. In I Korinthe 11: 16 gaat het over het hoofd zijn van de man. In vers 9 zegt de apostel: “Want ook is een man niet geschapen omwille van de vrouw, maar een vrouw omwille van de man.” Geschapen. Dat verwijst naar Gods scheppingsorde.
In I Timotheüs 2: 12 en 13, in het bekende hoofdstuk over de positie van de vrouw in de gemeente, leert de Schrift: “Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.” Zo zijn man en vrouw gemaakt door de HEERE. Scheppingsorde.
Als we het hebben over de verschillende roeping van man en vrouw moeten we dan ook kijken naar de schepping van man en vrouw.
Hulp tegenover hem
Adam werd het eerst door de HEERE geschapen. Hij werd door de HEERE in zijn ambt gesteld. Een ambt, in Bijbelse zin, dat is een dienst in opdracht van de HEERE, waarbij de ambtsdrager de HEERE vertegenwoordigt. En het ambt waartoe Adam door de HEERE wordt geroepen is: heersen over het geschapene. De schepping bewerken en onderhouden. Een deel van dat heersen blijkt uit de opdracht aan Adam om alle dieren en vogels hun eigen specifieke, kenmerkende naam te geven.
Daarná, na de schepping en de ambtsopdracht, maakt de HEERE Eva, uit een rib van Adam. We kennen de geschiedenis allemaal. En Eva wordt niet tot hetzelfde ambt geroepen als Adam. Haar roeping is een hùlp tegenover hem te zijn.
Adam is het hoofd, Eva zijn hulp. In alle volmaaktheid. Zonder problemen. Ieder in eigen goddelijk ambt. Er is geen sprake van onderdrukking of van slaafse onderworpenheid. Paulus spreekt over “onderdanigheid” maar dat is beslist geen onderworpenheid of vernedering; dat blijkt uit andere Schriftgedeelten. O.a. I Petrus 3: 7: “Evenzo, mannen, woon met begrip met haar samen; geef de vrouw, als de zwakkere, haar eer; u bent immers ook mede-erfgenamen met haar van de genade van het leven; opdat uw gebeden niet verhinderd worden”.
Maar er is wel sprake van een orde, van verschil: “Dat “Adam eerst gemaakt is, daarna Eva, Adam tot hulp”(oude huwelijksformulier) betekent volgens I Kor. 11: 8 e.v., dat er een bepaalde orde in het scheppingshandelen van God is geweest, waarbij Eva als tweede gemaakt is en er mag zijn om Adam.[i]
Er is dus een verschil in ambt, in roeping, tussen man en vrouw. Dat is de blijvende orde die de HEERE gewild heeft. Geopenbaard in het Oude èn in het Nieuwe Testament. De orde die van toepassing is in alle tijden. Dat daarna door de zondeval de uitoefening van die roeping grondig bedorven is doet daar niets aan af. Integendeel, in het oordeel bevestigt de HEERE juist de door Hem geschapen orde. Die blijft in stand.
I Tim. 2: 11-14: “Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stilhoudt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.”
Tegen alle gelijkheidsdenken moeten we als gelovige christenen eenvoudig vasthouden aan de scheppingsorde. En ons dan afvragen wat dit betekent voor het vrouwenstemrecht in de kerk.
Eenheid
Er wordt wel eens ingebracht in het gesprek dat er verschil en zelfs een tegenstelling is tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament als het gaat om de positie van de vrouw in de kerk. Maar uit bovenstaande, uit het feit dat in het Nieuwe Testament juist verwezen wordt naar het Oude Testament, blijkt wel dat dit niet zo is. We hebben het al eerder geschreven: de Schrift is een eenheid. In het Nieuwe Testament zien we de vervulling van het Oude. Niet de afschaffing. Beide liggen in dezelfde lijn. En OT en NT spreken elkaar niet tegen. Dat is een grondbeginsel voor Bijbeluitleg. Het moet ons uitgangspunt blijven, ook in het gesprek over vrouwenstemrecht.
(wordt vervolgd)
[i] Zie ‘Man en vrouw in Bijbels perspectief’, ds. C. den Boer, Kok, Kampen, 1987.
Dit hele boek bevelen we graag aan voor een verdiepende studie over de positie van man en vrouw in de kerk.
Overige literatuur m.b.t. ons onderwerp:
-
- ‘Vrouw, wie ben je?’, diverse schrijvers, uitgave door de Bond van Gereformeerde Meisjesverenigingen, Groningen, 1988 – een mooie uitgave, zeer leesbaar, ook voor de oudere jeugd.
-
- ‘Emancipatie en Bijbel’, dr. J. van Bruggen, Ton Bolland, Amsterdam, 1984.
