LEZEN: Mark. 14:22-31: En terwijl zij aten … neem, eet, dit is Mijn lichaam. … Dit is mijn bloed … En toen zij de lofzang gezongen hadden … er is geschreven: Ik zal de Herder slaan. Petrus … zei … ook al zullen allen aanstoot aan U nemen … ik zal U beslist niet verloochenen! …
Tijdens de maaltijd stelt de Heere het Heilig Avondmaal in. Hij wijst brood en wijn aan als tekenen van het offer van Zijn lichaam en bloed dat Hij spoedig gaat brengen. Daarmee zal Hij verzoening bewerken waardoor een nieuw testament, een nieuw verbond wordt bekrachtigd (v.24).
Dat is een beslissend moment in de geschiedenis van het heil. Allen die Hem aannemen en gemeenschap met Zijn lichaam en bloed hebben, ontvangen vrijspraak van Gods oordeel en eeuwig leven!
Jezus beeldt hier Zijn eigen nog te brengen offer uit tijdens de viering van het Pascha, dat zelf teruggrijpt naar de verlossing uit Egypte, waardoor God destijds de weg baande naar de verbondssluiting op de Sinaï (Heb. 10:9).
Jezus laat zo de voortgang zien die God maakt in het vervullen van Zijn beloften. Hij Zelf staat hier als de Middelaar van het nieuwe verbond. Voortaan zal bij elke avondmaalsviering het geloof in Hem als de Verlosser gesterkt mogen worden.
Maar Jezus wijst nog verder vooruit naar de dag dat Hij Zijn verzoenend werk tot volheid zal hebben gebracht, wat op de bruiloft van het Lam eeuwig gevierd zal worden. Dan zal Hij de wijn met al de Zijnen nieuw drinken in het Koninkrijk van God.
Ze beëindigen de maaltijd met het zingen van de lofzang aan God en vertrekken richting de Olijfberg en de hof van Gethsemané.
Onderweg wijst Jezus Zijn discipelen erop dat nu gaat gebeuren wat Gods Woord aangaf: de Herder wordt geslagen (Zach. 13:7). En zij zullen als schapen uiteengedreven worden: ze laten Hem dan in de steek! Onvoorstelbaar, maar Jezus zal Zijn offer helemaal alleen moeten brengen.
Petrus reageert heftig met instemming van de anderen, maar Jezus wijst hem terecht: juist hij zal Hem verloochenen. Toch geeft Jezus hen bij hun vertwijfeling woorden van hoop: Hij zegt: “Nadat Ik opgewekt zal zijn, ga Ik u voor naar Galilea.”
Ken je schaamte over je geloof?
Zingen: Ps. 51:2,6
