LRC Abbotsford – binding aan belijdenis en open avondmaal
In 15 artikelen in de rubriek Kerkelijk Leven met als titel “Waarheid en recht als grond voor eenheid” is door mij al heel veel aandacht geschonken aan de recente ontwikkelingen rond de zusterkerkelatie met LRC Abbotsford (https://www.bouwen-en-bewaren.nl/?s=waarheid+grond+eenheid).
Deze artikelen waren bedoeld om inzicht te krijgen wat er speelt bij deze relatie. Tegelijk is dat inzicht nodig om vast te kunnen stellen of wij al dan niet op fundamentele zaken een Schriftuurlijke en confessionele koers blijven gaan. De betreffende zaken zijn namelijk niet alleen van belang voor onze zusterkerkrelatie maar juist ook voor ons eigen kerkverband.
Om niet te veel in herhaling te vallen, zal ik regelmatig verwijzen naar de genoemde serie. In dit artikel gaat het vooral om de koers die wij als kerken gaan. Om de vraag te beantwoorden: zijn onze kerken op deze zaken in visie, oordeel en beleid veranderd? Uiteindelijk zullen we dan bij geconstateerde verandering ook de vraag moeten beantwoorden: is dit ten goede of ten kwade?
Overzicht van de synodebesluiten
Generale Synode Emmen 2009 nam in art. 97 en 98 het besluit met LRC Abbotsford een zusterkerkrelatie aan te gaan (https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2020/07/acta_generale_synode_emmen_2009_met_bijlagen.pdf, Acta pag. 117-120). Daarvoor hebben twee deputatenrapporten gediend (beide zijn opgenomen in de Acta van deze synode, pag. 58-63; 102-143). Er is uitvoerig verslag gedaan van grondig onderzoek naar de gronden voor deze vrijmaking van de Canadian Reformed Churches in 2007.
GS Groningen 2014 behandelde in art. 7.05 een revisieverzoek van DGK Dalfsen met bezwaren tegen de zusterkerkrelatie met LRC Abbotsford. In het rapport van de synodecommissie is uitvoerig antwoord gegeven op de door Dalfsen ingebrachte bezwaren (Acta pag. 57-66). Dit rapport is door de Generale Synode aanvaard, waarmee het revisieverzoek werd afgewezen (https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2020/07/acta_generale_synode_groningen_2014.pdf Acta pag. 325-342).
GS Lansingerland 2017 nam in art. 6.02 een nieuw verzoek van DGK Dalfsen in behandeling wat er toe leidde om met LRC Abboysford een gesprek aan te gaan over de katholiciteit van de kerk i.v.m. hun visie op kerken die de Westminster Confessie hebben, de kerkordelijke weg die door hen was gevolgd en de toestand van de CanRC (https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2020/07/2018_09_11_Pro_Acta_en_Acta_GS_Lansingerland.pdf, pag.21-24). In de opdracht aan de deputaten was geen vraag opgenomen die betrekking heeft op de gronden van hun vrijmaking zelf.
GS Lutten 2021 sprak in art. 6.01 (https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2022/05/Acta-GS-Lutten-2019-en-2022.pdf pag. 57-59) n.a.v. het verslag van deputaten uit, dat LRC Abbotsford geen gronden had voor haar vrijmaking, waarom deze zusterkerk zich volgens de synode weer zou moeten voegen bij de CanRC.
Opmerkelijk is daarbij dat voor deze stelling geen argumenten zijn gebruikt. Er is ook geen confrontatie m.b.t. de gronden met de eerdere synodebesluiten die deze gronden hebben aangewezen en aanvaard.
GS Dalfsen 2024 sprak zich in art. 7.02 uit over meerdere appels (revisieverzoeken) gericht tegen het besluit van GS Lutten 2021, art. 6.01. Allen werden afgewezen. Tevens besloot GS Dalfsen de zusterkerkrelatie met LRC Abbotsford te beëindigen (https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2024/07/2024-Dalfsen-Acta_generale_synode.pdf, art. 6.01: pag. 23, 24; art. 7.02: pag. 25-30.
Beoordeling
Zaken in geding
De zaken die in het geding zijn bij de vrijmaking van LRC Abbotsford betreffen alle drie kenmerken van de ware kerk (art. 29 NGB). Het maakt de kerken medeplichtig als zaken worden getolereerd in officiële kerkelijke contacten met andere kerken. Bovendien sluipen dezelfde dwalingen gemakkelijk in eigen kerkverband in, zoals hieronder wordt aangegeven.
- Binding aan de belijdenis. Als in een kerkverband de binding van haar leden aan de belijdenis van de kerk ontbreekt, is dit kerkverband niet gereformeerd te noemen en is er derhalve geen gemeenschap met zulk een kerkverband mogelijk.
De Orthodox Presbyterian Churches (OPC) heeft deze binding zelfs niet t.o.v. haar eigen belijdenis namelijk de Westminster Standards. Mensen die gedachtegoed aanhangen dat in strijd is met de gereformeerde confessie zoals baptisten en remonstranten zijn nadrukkelijk welkom bij de viering van het heilig avondmaal en als leden van de OPC (zie https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2023/12/13/waarheid-en-recht-als-grond-voor-kerkelijke-eenheid-2-geen-binding-aan-de-belijdenis-1/ en https://www.opc.org/qa.html?question_id=148 ;
https://opc.org/qa.html?question_id=224;
https://www.opc.org/qa.html?question_id=282;
https://www.opc.org/qa.html?question_id=305;
https://opc.org/qa.html?question_id=453
- Zelfgetuigenis bij avondmaalviering. Het aanvaarden van zelfgetuigenis over het leven en het expliciet aanvaarden van onschriftuurlijke leer bij avondmaalgangers, geeft het risico dat de toorn van God over de hele gemeente komt (1 Kor. 11:7-34, GS Mariënberg 2005, art. 25 II, J.4.3, pag. 83-85, https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2020/07/acta_generale_synode_marienberg_2005.pdf). Dit betreft zowel de avondmaalsviering in OPC als in CanRC zelf.
- Pluriformiteit Het aanvaarden van pluriformiteit in kerkelijke contacten is in strijd met art. 28 NGB, tast het gezag van Christus als het ene hoofd van Zijn kerk aan en ontkent Zijn ene lichaam (1 Kor. 12, Ef. 4). Zie https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2024/02/03/waarheid-en-recht-als-grond-voor-eenheid-12-pluriformiteit-1/ en https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2024/02/24/waarheid-en-recht-als-grond-voor-eenheid-14-pluriformiteit-3/
Dit heeft met name betrekking op de zusterkerkrelaties van de CanRC met o.a. OPC en URC (United Reformed Churches) die in dezelfde regio voorkomen zonder kerkverbandelijke eenheid, maar ook het lidmaatschap van NAPARC en ICRC
- Open avondmaal binnen CanRC zelf. De huidige avondmaalpraktijken binnen de CanRC en de pluriforme contacten van de CanRC met zusterkerken en binnen NAPARC en ICRC, laten zien dat tolerantie bij anderen doorwerkt in eigen kerken. Er is namelijk bij verschillende gemeenten van de CanRC ook een open avondmaal, waarbij geen binding aan de gereformeerde confessie wordt vereist en men aangaat op zelfgetuigenis.
Hieronder een aantal CanRC kerken waarvan deze praktijken bekend zijn: Langley Canadian Reformed Church; Pathway Christian Church Abbotsford (https://www.youtube.com/watch?v=m1CCSMb11GM, section: 2:58-4:33); Grimsby Living Light Canadian Reformed Church; Hamilton Blessing Christian Church; Hamilton Streetlight Christian Church (geen enkele check van de kant van kerkenraad: https://www.youtube.com/watch?app=desktop&v=BfGwTkAOkPk).
Dat hierop geen enkele kerkelijke tuchtactie bekend is, maakt het niet minder ernstig. Het zijn immers de officiële besluiten van de CanRC m.b.t. de praktijk in zusterkerken die de situatie van een open avondmaalsviering zonder binding aan de gereformeerde belijdenis binnen CanRC kerken zelf in de hand werken.
- Kenmerken van de ware kerk in geding:
Ds. E. Heres schreef over het open avondmaal zoals dat rond 2010 in de GKv voorkwam in De Bazuin van 9 maart 2015 in zijn artikel: “Waarom hebben wij ons vrijgemaakt?”:
“Hier is ronduit het gereformeerde kerk‐zijn in geding. (Onderstreping SdM/JH)
Hier is het fundament onder kerkelijke eenheid in geding. Het gaat hier over de drie kenmerken van de ware kerk. Immers, als het Heilig Avondmaal aan de orde is, dan heb je het ook over de bediening van de sleutels van het Koninkrijk der hemelen.
Bij het HA gaat het om het onderscheiden van het Lichaam van Christus, dat is allereerst Christus Zelf, maar dat is óók zijn gemeente. En wat leert de kerk dan over de toelating tot het Avondmaal? Wie mag aangaan aan de tafel van de HERE, de maaltijd van Gods verbond, waar je gesterkt wordt door de genade van God!? Kortom: Hier is de zuivere prediking van het Woord in geding.
Ook het tweede kenmerk van de kerk is dan natuurlijk in geding: de zuivere bediening van de sacramenten. (…) In vele gemeenten wordt het Heilig Avondmaal niet meer zo bediend als Christus het bedoeld heeft. En dat houdt weer rechtstreeks verband met het derde kenmerk van de kerk: De zuivere bediening van de kerkelijke tucht.
Bij het Avondmaal heeft de kerk te doen met het bevel van Christus en zijn apostelen om de wacht te betrekken bij de heiligheid van Gods verbond en bij de tafel van zijn verbond. (…)
De besluiten rond het Avondmaal zijn alleen maar te verklaren door het feit dat de leer van de pluriformiteit van de kerk weer met kracht wordt verdedigd en toegepast.”
Concluderend: Bij een open avondmaal, waarbij vanuit de pluriformiteitsleer de zuivere prediking, de zuivere sacramentsbediening en de rechte oefening van de tucht worden aangetast, worden drie kenmerken van de ware kerk ontkracht en is het gereformeerde kerk-zijn in geding.
- GS Dalfsen 2024 stemt in met open avondmaalspraktijk
GS Dalfsen 2024, spreekt in art. 7.02, Grond 3 uit:
De omgang van de CanRC met de wijze van toelating tot het heilig avondmaal en binding aan de belijdenis in hun zusterkerk de OPC geeft geen reden om de trouw van de CanRC aan Gods Woord te betwijfelen.
Deze uitspraak is verreikend en gaat veel verder dan een ontkenning van de praktijk van een open avondmaalpraktijk is. Het betekent niet minder dan een goedkeuring van het feit dat de CanRC de praktijken van een open avondmaal en het ontbreken van binding aan de gereformeerde belijdenis zoals deze standaard in de OPC voorkomen, heeft aanvaard. Deze aanvaarding door de CanRC wordt namelijk door GS Dalfsen 2024 niet beschouwd als ontrouw aan Gods Woord.
De consequentie ervan is dat ook DGK geen bezwaar kan hebben tegen deze praktijken en ze feitelijk goedkeurt, zelfs met het noemen van Gods Woord. Dat dit een vergaande principiële breuk is met het verleden blijkt uit de onderstaande uitspraken van DGK-synoden,
GS Mariënberg 2005 sprak het volgende uit als gronden voor de verwerping van het besluit tot een zusterkerkrelatie met de Presbyterian Church of Eastern Australia (PCEA) m.b.t. de avondmaalpraktijk in art. 25II J:
J.4.3. De Schrift leert dat de toorn van God komt over de gemeente wanneer de tucht verwaarloosd wordt (1 Kor. 11:17-34). M.b.t. de ondeugdelijkheid van het op eigen getuigenis deelnemen, zij verwezen naar Joh. 5: 31.
J.4.4. De kerk belijdt dat de tafel van de Here heilig moet worden gehouden. Ook de bediening van de sacramenten is een kenmerk van de kerk van Christus (art. 29 NGB). Een beroep op art. 47 KO inzake middelmatige dingen is niet aan de orde: Het gaat hier niet om verschillen van ondergeschikt belang.
J.4.5. Het gaat niet om verschillen die in het verleden geen verhindering hebben gevormd voor het aangaan van een zusterkerkrelatie met presbyteriaanse kerken.
J.4.6. Het aangaan van een zusterkerkrelatie dient te geschieden op actuele informatie en toetsing aan Gods Woord.
Aan deze uitspraak zijn onze kerken conform art. 31 KO nog steeds gebonden.
Aangezien er geen revisie is aangevraagd voor dit besluit was ook GS Dalfsen 2024 hieraan gebonden.
GS Groningen 2014 verwees naar dit besluit van GS Mariënberg over de PCEA bij de behandeling van een revisieverzoek aangaande het besluit van GS Emmen 2009 om een zusterkerkrelatie aan te gaan met LRC Abbotsford. GS Groningen heeft nadrukkelijk ingestemd met haar eigen commissierapport 3. Aan deze uitspraak zijn onze kerken conform art. 31 KO nog steeds gebonden. Aangezien er geen revisie is aangevraagd voor dit besluit was ook GS Dalfsen 2024 hieraan gebonden.
Als we de uitspraak van GS Dalfsen 2024 waarmee in feite de praktijk in de OPC wordt goedgekeurd, vergelijken met de uitspraken van respectievelijk GS Mariënberg 2005, GS Groningen 2014 en het bovengenoemde commentaar van ds. E. Heres op de Verklaring van Dalfsen 2010 over een open, dat is een niet-gesloten Heilig Avondmaal, dan is dit niet minder dan een aardverschuiving.
(wordt vervolgd)
