LEZEN: Openb. 7:9-17: … Een grote menigte die niemand tellen kan … De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam! Daarom zijn zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel …
Het totaal van alle gelovigen van vers 9 is in omvang en samenstelling dezelfde menigte als in vers 4. Ligt de nadruk bij vers 4 op de opbouw vanuit Israël voorafgaand aan het eindgericht, in vers 9 ligt deze op de universele samenstelling (uit alle volken) na het doorstaan van hun verdrukking. Ze zijn en blijven als verzegelden allen dienaren van de Heere God; eerst op aarde (7:3) en dan voor Gods troon (7:15).
De verzegelden mochten door het bloed van Christus overwinnen! Daarom hebben ze palmtakken in hun hand. Ze staan daar dan met witte gewaden (vers 9,14): door Christus geschikt gemaakt om God en Christus dag en nacht in Gods tempel te aanbidden, te eren en te dienen. Hun dienst wordt verricht in directe nabijheid van engelen, de 24 oudsten en de vier dieren, die nog dichter bij de troon staan (vs.11, zie 5:8).
Het visioen in Openb. 4 en 5 wordt hier vanaf vers 9 aangevuld. Alles gaat om de verheerlijking van God en Zijn Zoon vanwege de overwinning die het Lam hen heeft geschonken. Dat brengt met zich mee dat zij nu uit hun verdrukking verlost zijn van alle ellende.
Hun gewaden zijn gewassen en wit gemaakt in het bloed van Christus (vs. 14). God zal Zijn tent over hen uitspreiden, dat betekent: God is hen tot heiligdom, tot geborgenheid, bescherming, beschutting (Jes. 8:14; Ps.27:5,6). Er is geen enkel kwaad meer te verwachten. Ook kennen ze geen nood, tekort of moeite of ziekte (geen honger, dorst of hitte). Ze kennen geen verdriet meer: alle tranen worden door God afgewist.
In plaats daarvan zal het Lam Zelf hen voorzien in alle overvloed: het eeuwige leven in heerlijkheid (levende waterbronnen).
Deze troost krijgen allen die op aarde mogen behoren tot de verzegelden, namelijk allen die uit genade Gods kinderen en dienaren mogen zijn!
Welke troost geeft je deze boodschap?
Zingen: Gez. 30:5
