4 JANUARI 2025 – BLOEDSCHULD (3)

LEZEN: 2 Sam. 4:1-12: … nu dan, zou ik zijn bloed niet van uw handen afeisen en u van de aarde wegdoen? …

Er komt een einde aan het huis van Saul. Vanaf zijn dood is er een aaneenrijging van schandelijke en bloedige daden, waarin we de duivel actief zien. Niet alleen van de kant van Davids tegenstanders, ook van zijn medestanders.

Isboseth die tegen de wil van de HEERE koning van Israël werd met uitzondering van Juda, krijgt van de HEERE geen zegen mee.

Nu Abner hem heeft verlaten, zinkt hem de moed in de schoenen. Ook het volk wordt bang: wie moet hen nu beschermen tegen vijandelijke invallen? Twee officieren zien een uitweg in deze situatie. Ze zien geen heil meer in een regering door nakomelingen van Saul. Naast Isboseth is er alleen nog Mefiboseth, de zoon van Jonathan, maar die is verlamd (vs.4).

Ze plegen dan een lafhartige moord op de niets vermoedende koning, waarbij ze zijn hoofd afhakken. Met dat hoofd gaan ze naar David met de gedachte hem een gunst te bewijzen die beloond zal worden.

Maar David reageert totaal anders dan zij gedacht hebben. Hij wijst allereerst op de HEERE, Die zijn leven steeds uit alle nood verlost heeft (vs. 9). Daarmee belijdt hij zijn afhankelijkheid van God, en wijst hij eigenmachtig ingrijpen af omdat daarmee Gods geboden en eer worden aangetast.

Tegelijk zweert David bij God, dat hij deze afschuwelijke misdaad aan een onschuldige niet ongestraft zal laten. Hij verwijst daarbij naar zijn straf over de man, die hem zijn moord op Saul was komen vertellen.

De twee moordenaars worden daarop gedood en na het afhakken van handen en voeten, opgehangen (Deut. 19:13; 21:9). Zo worden ze tot een openlijk teken van afkeuring. Maar het hoofd van Isboseth wordt eervol begraven.

Is David eerlijk als hij wel het leven van Joab spaart?

Zingen: Ps. 17:4      

Pdf maken (via Printen)