25 JANUARI 2025 – VERZOENING

LEZEN: 2 Sam. 21:1-14: … En daarna liet God Zich verbidden ten gunste van het land.

Na het einde van de opstand van Seba komt er opnieuw een moeilijke periode. Er is drie jaar lang hongersnood! Dat dwingt David om het aangezicht van de HEERE te zoeken.

Dat hebben we al lange tijd gemist in het optreden van David. David voelt in de hongersnood de rechtstreekse straf van de HEERE over heel het volk. Hij kan dit niet herleiden tot een bepaalde actie van zijn kant.

Het antwoord van de HEERE is dat Saul de inwoners van Gibeon had willen uitroeien. Maar aan Gibeon was als heidense stad door Jozua met een eed beloofd hen te sparen (Joz. 9:19). Het was moord op onschuldige inwoners (6e gebod) en het ging tegen de eed in die was gezworen zodat Gods naam werd te schande gemaakt. Dat houdt de HEERE niet voor onschuldig (3e gebod).

God liet deze zonde niet verjaren maar greep naar het middel van hongersnood om bij David ook zijn nalatigheid in eer- en rechtsherstel in herinnering te brengen.

David vraagt dan aan de Gibeonieten hoe er verzoening kan worden gedaan zodat het voor hen weer goed is. Ze willen niet dat Israëlieten worden gedood, maar wel zeven mannen van de zonen van Saul, die verantwoordelijk was voor dit kwaad.

David stemt hiermee in. Hij spaart Mefiboseth de zoon van Jonathan vanwege zijn eed aan Jonathan. De 7 mannen worden vervolgens door Gibeonieten gedood en opgehangen voor het aangezicht van de HEERE.

Pas als de lijken worden begraven wordt Gods toorn gestild. Daarvoor is eerst nog wel nodig dat Rizpa zich maandenlang over de opgehangen zonen heeft bekommerd.

Pas bij dat bericht heeft David de begrafenis geregeld waarbij ook de beenderen van Saul en Jonathan een nieuw graf kregen.

Ook in deze geschiedenis laat David zien dat hij een feilbaar theocratisch koning is, waardoor de roep om de komst van zijn grote Zoon wordt versterkt.

Zie je in dat een eed een grote verplichting geeft?

Zingen: Ps. 25:4          

Pdf maken (via Printen)