LEZEN: 2 Sam. 22:1-29: … De HEERE is mijn rots en mijn burcht …
David kende als gezalfde van de HEERE veel vijanden. Saul, Filistijnen, andere volken, zelfs zijn eigen zonen. De HEERE heeft hem zwaar beproefd, maar ook steeds weer gered. Nu kijkt hij terug op zijn leven en komt tot een danklied tot de HEERE.
Het heeft dezelfde inhoud als Psalm 18. David roemt niet in zichzelf, maar geeft God alle eer. Hij dankt Hem speciaal als Zijn verlosser. Zo begint hij en eindigt hij dit lied.
Vers 2: “De HEERE is mijn rots en mijn burcht en mijn Bevrijder, mijn God, mijn rots tot Wie ik de toevlucht neem, mijn schild en de hoorn van mijn heil, mijn veilige vesting; mijn toevlucht, mijn Verlosser; van geweld hebt U mij verlost.”
Wij vinden het al gauw genoeg als we met een enkel woord onze God danken, maar David heeft – als het ware – woorden tekort om de bewezen trouw, liefde en zorg van Zijn hemelse Vader te benoemen en Hem daarin groot te maken.
Hij maakt de daden van de HEERE ook concreet als verlossingsdaden. Hij vertelt dat de dood hem heeft omvangen, beken van verderf hem angst aanjoegen, banden van het graf hem omringden, en valstrikken van de dood hem bedreigden (vs. 5,6). In al die doodsangsten heeft David tot de HEERE om hulp geroepen.
David is niet de enige gezalfde geweest die in doodsnood is geweest. Ook de apostel Paulus doet uitgebreid verslag in 1 Kor. 2:8 van zijn moeiten en ontberingen: “wij hebben het uitermate zwaar te verduren gekregen, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wan-hoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen.”
Paulus wijst dan op de bedoeling die de HEERE daarmee heeft: “opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt.” Zo stelt God de zijnen op de proef, of zij in hun nood alleen tot Hèm de toevlucht zouden nemen en het ook in de toekomst alleen van Hem blijven verwachten.
Ook belijdt David dat God geen God van willekeur is: Hij ontfermt Zich over de gelovigen, maar straft de hoogmoedigen (vs.28).
Beseffen wij voldoende de bewaring van God?
Zingen: Ps. 18:1,5
