LEZEN: 2 Sam. 24: 10-17: … En David zei tegen de HEERE: Ik heb zwaar gezondigd in wat ik gedaan heb. Maar nu, HEERE neem de ongerechtigheid van Uw dienaar toch weg, want ik heb heel dwaas gehandeld …
Na bijna 10 maanden komt de uitslag: honderdduizenden strijdbare mannen, een enorm aantal! Maar dan klaagt Davids geweten hem aan. Zijn hart gaat in hem bonzen, zegt vers 10. Het heeft lang geduurd maar er komt nu toch inkeer. Midden in de nacht gaat hij met zijn berouw tot de HEERE. Is Davids berouw echt, of is hij bang voor straf?
Toch krijgt hij Gods straf, maar niet naar zijn ongerechtigheden anders was hij op staande voet gedood. David moet door Gods straf leren erkennen dat God rechtvaardig is en geen zonde toelaat.
Hij weet dat God óók barmhartig is. Als hij moet kiezen uit drie soorten straf spreekt hij dit ook zo uit (vs.14).
David kiest voor 7 jaar hongersnood of 3 dagen pest. Welke van deze twee laat hij in de handen van de HEERE.
Ook wij moeten bij de vergeving van onze zonden Gods recht tot tuchtiging niet ontzeggen (zie Hebr. 12:5-8). De HEERE kiest als straf voor de pest. Zeventigduizend mensen worden gedood door de verderfengel. Er is nu geen bloed aan de deurposten om dit te verhinderen zoals in Egypte. De HEERE laat de engel oprukken tot Jeruzalem, vlak bij David, zelfs in zijn gezichtsveld, vers 17.
Op dàt moment krijgt de engel het bevel van de HEERE te stoppen. Het berouwt de HEERE, Hij denkt dan aan Zijn verbond.
David gaat op de knieën! Hij smeekt de HEERE niet voor zichzelf, maar voor zijn volk! “Zie, ík heb gezondigd en ík heb mij misdragen, maar deze schapen, wat hebben zíj gedaan?”
Dan doet David een voorstel, waaruit zijn ootmoed blijkt. Hij is nu weer de herder, de theocratische koning, de man naar Gods hart, die zijn kudde wil redden: “Laat uw hand tegen mij en tegen mijn familie zijn”.
Er is bij David oprecht berouw.
Wat is het verschil tussen Christus’ offer en Davids pleidooi?
Zingen: Ps. 6:1-3
