31 JANUARI 2025 – VERZOENING

LEZEN: 2 Sam. 24: 18-25: … Zo liet de HEERE Zich verbidden …

De verderfengel heeft zijn zwaard nog niet opgeborgen. Want bij Davids zijn schuldbelijdenis is er nog geen vergeving geschonken. Daarvoor is verzoening nodig. Verzoening door betaling, voldoening. Zoals Hebr. 9:22 zegt: “Zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats.” God is barmhartig maar ook rechtvaardig. Er moet betaald worden met bloed.

In Egypte werd de verderfengel tegengehouden door het bloed aan de deurposten, dat wees op het bloed van Christus aan het kruis. Ook nu is er bloed nodig, dat bloed wijst naar de definitieve verzoening die Christus ook voor het Oude Testament volbrengt (Rom. 3:25).

De profeet Gad vertelt David dat hij op de berg Moria een altaar moet bouwen op een stuk grond van de Jebusiet Arauna, een man van heidense afkomst. Het is de plaats waar Abraham een ram als brandoffer heeft geofferd in de plaats van het leven van zijn zoon Izak.

Het is ook de plaats waarop later de tempel van de HEERE zal komen te staan (de “tempelberg”). In die tempel zal dagelijks offerdieren-bloed vloeien totdat Christus’ offer daar een eind aan maakt.  

David koopt de grond van Arauna om het altaar te kunnen bouwen. Zijn runderen koopt hij om als offer te dienen en zijn houten werktuigen als brandhout. Zo brengt hij brandoffers en dankoffers aan de HEERE.

In 1 Kron. 21 lezen we dat David daarbij de HEERE aanroept in gebed. David weet dat alleen Gods genade hem en het volk kan redden door middel van deze verzoening. Hij bidt daar vóór dat altaar tot de HEERE.

En dan gebeurt er weer iets bijzonders: Er komt dan vuur uit de hemel op het brandofferaltaar, als antwoord van de HEERE op het gebed van David. Hemels vuur dat de gebrachte offers verteert.

Gods toorn is gestild door het offer (vergelijk 1 Kon. 18:38; 2 Kron.7:1). Zo houdt God Zelf de weg open naar de komst van de grote zoon van David, Christus Die eens op de berg Golgotha de brandende toorn van God zal stillen voor de zonden van allen die Hem liefhebben.

Welke lessen moeten David en wij hieruit trekken?

Zingen: Ps. 33:6,7      

Pdf maken (via Printen)